<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:2433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-31T10:19:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004398-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-31T10:18:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:2433 Gerechtshof Amsterdam , 12-06-2019 / 23-004398-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal aanhouding. Verdachte niet verschenen. Veroordeling eerste aanleg bij verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para />
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de enkelvoudige strafkamer van dit gerechtshof op 12 juni 2019.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Tegenwoordig zijn:</para>
    <para>mr. G. Oldekamp, raadsheer,</para>
    <para>mr. L. van Dijk, griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M. Spruijt, advocaat-generaal. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De raadsheer doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De verdachte, gedagvaard als</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">
    [verdachte],</bridgehead>
  <parablock>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, </para>
    <para>adres: [adres],</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>is niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. H.O. de Boer, advocaat te Tilburg, die mededeelt dat de verdachte op de hoogte is van de zitting en dat hij uitdrukkelijk is gemachtigd als raadsman de verdachte te verdedigen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De raadsman van de verdachte wordt in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis op te geven. Hij zegt dat het hoger beroep is gericht tegen de opgelegde straf. Daarbij deelt hij mede: </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Mijn cliënt was niet op de hoogte van de terechtzitting in eerste aanleg en evenmin van de daaropvolgende veroordeling tot een gevangenisstraf. Hij kan op dit moment geen gevangenisstraf erbij hebben. Ik heb eerder een aanhoudingsverzoek gedaan. Dit verzoek is op voorhand afgewezen. Ik heb een stuk dat ik wil overleggen. Ik heb een e-mail gehad van mijn cliënt met een foto van zijn zoontje. Op de foto is te zien dat zijn zoontje gisteren in het ziekenhuis lag. De gezondheid van zijn zoontje ging lange tijd goed tot hij vorige maand werd opgenomen. Hij is nu opnieuw opgenomen en ligt al vier dagen in het ziekenhuis. Dit is een serieuze aangelegenheid. Het is van belang dat mijn cliënt ter terechtzitting aanwezig is. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De raadsheer geeft de advocaat-generaal de gelegenheid zijn standpunt omtrent het aanhoudingsverzoek kenbaar te maken:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ik vind dat het verzoek moet worden afgewezen gelet op het belang dat met afdoening is gemoeid. De zitting vergt slechts een klein gedeelte van de dag. Het belang van de verdachte om aanwezig te zijn is onvoldoende zwaarwegend om de behandeling aan te houden.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De raadsman brengt desgevraagd naar voren: </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ik weet dat mijn cliënt sinds kort een eigen bedrijf heeft. Zijn vriendin heeft een uitkering. Haar uitkering is onvoldoende voor het betalen van de huur. Mijn cliënt heeft een zorgplicht voor zijn twee kinderen en zijn zoontje is jong. Op dit moment wordt veel van hem gevraagd. Een gevangenisstraf zou hem nu zwaar treffen. Ik weet onvoldoende van de persoonlijke omstandigheden van mijn cliënt, dat zal hij zelf ter zitting toe moeten lichten. Ik weet bijvoorbeeld niet wat hij precies doet, waarom alleen hij dat kan doen en wat zijn financiële situatie precies is. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De raadsheer deelt als overweging en beslissing van het hof mede dat het verzoek om aanhouding wordt toegewezen, mede omdat de zaak in eerste aanleg bij verstek is afgedaan. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Vervolgens deelt de raadsheer als beslissing van het hof mede dat het onderzoek wordt geschorst voor onbepaald tijd, met bevel tot oproeping van de verdachte en diens raadsman tegen de dag en het tijdstip van de nader te bepalen terechtzitting.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Noot</emphasis>: Voor de behandeling van onderhavige zaak op de volgende zitting dienen <emphasis role="bold">30 minuten</emphasis> te worden gereserveerd. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>