<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:2357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-22T12:45:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002224-09 / rekestnummer 000208-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2357">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-22T12:44:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:2357 Gerechtshof Amsterdam , 16-05-2019 / 23-002224-09 / rekestnummer 000208-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2357:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking. Afwijzing vordering lijfsdwang. Artikel 577c Sv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2357:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="006616bb-df83-4929-86dc-4732233112f4" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dc816008-4b5a-4fa1-9fea-4f3b2b5f1f90" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0d0ce655-aa56-4aba-b94f-5e4f4a16657c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 23-002224-09</para>
      <para>Rekestnummer: 000208-19</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 mei 2019 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 20 februari 2019 op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering ingediend tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,</para>
      <para>in raadkamer opgegeven feitelijk adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit gerechtshof heeft bij arrest van 4 mei 2011 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 24.333,33. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze ontnemingsmaatregel is – door niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het tegen voornoemd arrest ingestelde cassatieberoep – op 9 oktober 2012 onherroepelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft een vordering tot 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering voor de duur van 120 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege het na gedeeltelijke betaling nog openstaande bedrag van € 15.207,41.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is door het hof in raadkamer op 16 mei 2019 in het openbaar behandeld. Daarbij zijn gehoord de verzoeker, zijn advocaat mr. J.S.W. Boorsma en de advocaat-generaal mr. W.H.J. Freijsen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de motivering van de vordering steunt deze op het gegeven dat de veroordeelde zich onvindbaar heeft gemaakt, zodat invordering van de openstaande bedrag niet mogelijk zou zijn. In raadkamer is echter komen vast te staan dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid was ontnomen in de periode van 7 december 2018 tot 4 mei 2019, terwijl de vordering dateert van 20 februari 2019. Daaruit moet worden geconcludeerd dat de veroordeelde voor het openbaar ministerie niet ‘onvindbaar’ kan zijn geweest. De veroordeelde heeft eerder in het kader van een overeengekomen betalingsregeling betalingen verricht. In raadkamer heeft hij verklaard – nu hij is vrijgelaten – opnieuw een betalingsregeling te willen treffen om de aflossing te hervatten. Onder deze omstandigheden kan niet worden aangenomen dat de veroordeelde onwillig is tot betaling, zodat de vordering zal worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.C. Römer en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is bij ontstentenis van de voorzitter ondertekend door mr. S.M.M. Bordenga.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>