<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:1822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-31T13:01:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003892-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1822">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-31T13:00:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:1822 Gerechtshof Amsterdam , 30-04-2019 / 23-003892-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1822:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte ontkent rijden op scooter. Toewijzing verzoek verbalisant horen als getuige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1822:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de enkelvoudige strafkamer van dit gerechtshof op 30 april 2019.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenwoordig zijn:</para>
    <para>mr. M.M. van der Nat, raadsheer,</para>
    <para>mr. L. van Dijk, griffier.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.D.J. Teengs Gerritsen, advocaat-generaal. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte, ter terechtzitting verschenen, antwoordt op vragen van de raadsheer te zijn:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsheer vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en wijst erop dat hij niet tot antwoorden verplicht is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal draagt de zaak voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsheer maakt melding van een e-mailbericht van 29 april 2019 van de raadsman, waarin wordt verzocht om verbalisant [verbalisant] als getuige ter terechtzitting te horen nu de verdachte stelt niet te hebben gereden. De raadsman kondigt daarin voorts aan een verzoek tot aanhouding te zullen doen, indien deze getuige niet ter terechtzitting van heden kan worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsheer stelt vast dat de verdachte tot op heden geen verklaring heeft afgelegd en geeft de verdachte gelegenheid daartoe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte verklaart als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik heb niet gereden. Ik heb mijn scooter alleen lopend verplaatst, omdat hij op een plek stond waar hij niet mocht staan. Een verbalisant vroeg aan mij of ik weer bezig was. Deze verbalisant kent mij sinds jongs af aan en treitert mij vaker. Hij vroeg mijn legitimatiebewijs. Ik moest mee naar het bureau, omdat ik anders werd aangehouden voor verstoring van de openbare orde. Ik heb daarom ook geen verklaring afgelegd. Ik wilde niet moeilijk doen en ging mee. Ik moest blazen en mijn rijbewijs werd ingevorderd. De verbalisant zei dat als hij niet was gekomen, ik was gaan rijden. Ik was niet aanwezig op de zitting bij de rechtbank, omdat mijn schoonmoeder op sterven lag. Ik heb dit verhaal wel aan mijn vorige raadsvrouw verteld. Ik had niet veel contact met haar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman deelt ter onderbouwing van zijn verzoek mede:<?linebreak?></para>
      <para>Ik heb mijn cliënt niet bijgestaan in eerste aanleg. Ik ben van mening dat wat de raadsvrouw in eerste aanleg niet heeft gezegd, geen reden mag zijn de getuige niet te horen. Het is een zaak van lang geleden en het kan zo zijn dat de verbalisant zich niet veel kan herinneren, maar er mag niet vooruit worden gelopen op de inhoud van een verklaring die een getuige zou kunnen afleggen. Daar komt bij dat er een relatie is tussen mijn cliënt en de verbalisant. Hij kent mijn cliënt van jongs af aan. De verbalisant omschrijft niet hoe hij heeft gezien dat mijn cliënt heeft gereden. Wanneer de verklaring van een verbalisant wordt gebruikt voor het bewijs, moet duidelijk zijn wat er op welke manier is geverbaliseerd. Het draait allemaal om de verklaring van de verbalisant. De verdediging heeft de wens om hem te horen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal verzet zich tegen het verzoek van de raadsman en deelt ter onderbouwing daarvan mede: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik merk in de eerste plaats op dat de maatstaf het noodzakelijkheidscriterium is. Het gaat mij er niet om of de verbalisant zich iets wel of niet kan herinneren. Wij kunnen dat niet zeggen. Het gaat mij erom of het nodig is om de verbalisant te horen als getuige. De verklaring van de verdachte is volstrekt onverwacht. Als de verdachte dit tegen zijn raadsvrouw zou hebben gezegd, zou zij dit wel hebben besproken ter zitting in eerste aanleg. Het is de kern van de zaak. Ik vind dit verhaal niet aannemelijk. Indien de verdachte niet heeft gereden, had hij direct bezwaar moeten maken. Hij heeft er echter voor gekozen om het over te laten aan de rechter en is niet komen opdagen. Ik vind het allemaal veel te laat. Het verzoek is een dag voor de zitting ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsheer deelt als beslissing mede dat het verzoek tot het horen van verbalisant [verbalisant] wordt toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsheer deelt voorts als beslissing mede dat het onderzoek wordt geschorst voor onbepaalde tijd, met bevel tot oproeping van de verdachte, diens raadsman en de hierna genoemde getuige tegen de dag en het tijdstip van de nader te bepalen terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>hoofdagent [verbalisant] (AML35980) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Noot</emphasis>: Voor de behandeling van onderhavige zaak op de volgende zitting dienen 45 <emphasis role="bold">minuten</emphasis> te worden gereserveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>