<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:1690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-23T10:12:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001815-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1690">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-23T10:10:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:1690 Gerechtshof Amsterdam , 10-05-2019 / 23-001815-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1690:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opzettelijk aanwezig hebben van middelen als bedoeld in de Opiumwet lijst I. Verweer; onrechtmatige fouillering/onherstelbaar vormverzuim.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1690:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001815-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 10 mei 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>13-011144-18 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 25 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5 tabletten en/of 0,83, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 1,43 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van in hoger beroep gevoerde verweren </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim nu het aantreffen van de verdovende middelen het gevolg is geweest van het door de opsporingsambtenaar onrechtmatig (willen) fouilleren van de verdachte. Om die reden moeten de aangetroffen verdovende middelen worden uitgesloten van het bewijs, zodat de verdachte, bij gebreke van wettig en overtuigend bewijs, moet worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 augustus 2017 is de verdachte staande gehouden wegens het negeren van een rood verkeerslicht. Na raadpleging van het politie informatiesysteem bleek de verdachte meerdere Opiumwet-antecedenten op zijn naam te hebben staan. Daarop heeft de opsporingsambtenaar besloten over te gaan tot fouillering op grond van de Opiumwet. Hij heeft de verdachte medegedeeld dat hij zou worden gefouilleerd en dat hij zijn zakken leeg moest maken. Verdachte heeft daarop zijn zakken leeggehaald, maar wilde deze niet binnenstebuiten keren. Vervolgens is de verdachte gevlucht. Een andere opsporingsambtenaar zag dat de verdachte tijdens zijn vlucht iets weggooide in een bosschage. Op de door de opsporingsambtenaar aangewezen plek in de bosschage is een plastic zakje met verdovende middelen gevonden. Na onderzoek bleek dit zakje 5 tabletten MDMA, 0,83 gram MDMA en 1,43 gram cocaïne te bevatten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt omtrent het verweer dat, zo al sprake zou zijn van een vormverzuim, de verdachte hierdoor geen nadeel heeft ondervonden. De verdovende middelen zijn immers niet bij de fouillering van de verdachte aangetroffen, doch nadat de verdachte die tijdens zijn vlucht had weggegooid.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt derhalve het verweer van de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 25 augustus 2017 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 5 tabletten en 0,83 gram van een materiaal bevattende MDMA en 1,43 gram van een materiaal bevattende cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750 subsidiair 15 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750 subsidiair 15 dagen hechtenis waarvan € 500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft verzocht om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) nu de verdachte als <emphasis role="italic">first offender </emphasis>moet worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een hoeveelheid verschillende soorten harddrugs, te weten cocaïne en MDMA. Harddrugs vormen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en het bezit daarvan is bezwarend voor de samenleving, omdat dit tevens allerlei vormen van criminaliteit met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 april 2019 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk voor een strafbaar feit is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten, waar ten aanzien van het aanwezig hebben van de bewezenverklaarde hoeveelheden harddrugs een geldboete van € 750 is vermeld. Het hof ziet geen reden om hiervan af te wijken en zal dan ook geen toepassing geven aan artikel 9a Sr</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van € 750 passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 24 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">15 (vijftien) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. H.A. van Eijk en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>