<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:1637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-26T10:23:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000312-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1637">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-26T10:22:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:1637 Gerechtshof Amsterdam , 16-04-2019 / 23-000312-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1637:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mishandeling en vernieling; beide vrijspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1637:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000312-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 16 april 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 januari 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 15-800037-17 en 15-094956-16 (tul) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, </para>
    <para>adres: [adres 1].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. hij op of omstreeks 06 januari 2017 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad [slachtoffer] heeft mishandeld door - op/in het gezicht, althans hoofd van die [slachtoffer], te slaan en/of - (vervolgens) een kopstoot op/tegen het gezicht, althans op het hoofd van die voornoemde [slachtoffer], te geven en/of - (vervolgens) (met kracht) een knietje en/of schop in de buik van die voornoemde [slachtoffer] (terwijl voornoemde [slachtoffer] zwanger is) te geven;</para>
    <para />
    <para>2. hij op of omstreeks 06 januari 2017 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad opzettelijk en wederrechtelijk de (voor)deur van een woning (perceel: [adres 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, een of meerdere ra(a)m(en) van die (voor)deur kapot geslagen/getrapt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van het openbaar ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aan zien van feit 1:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft de verdachte veroordeeld voor het geven van een kopstoot tegen het gezicht van aangeefster op 6 januari 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft verklaard dat hij die dag met de aangeefster slechts een woordenwisseling heeft gehad en dat zij hem daarbij heeft geduwd. Hij ontkent dat hij de aangeefster een kopstoot heeft gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een ambulanceverpleegkundige heeft verklaard dat hij direct na het incident een plek op het voorhoofd van de aangeefster heeft gezien. In het dossier bevindt zich een geneeskundige verklaring van 18 januari 2017, inhoudende dat op 6 januari 2017 bij aangeefster sprake was van contusies in het aangezicht. </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de aard van het waargenomen letsel op zichzelf niet voldoende steun biedt aan de verklaring van de aangeefster dat de verdachte haar een kopstoot heeft gegeven, te minder omdat de verbalisant de dag erna geen (blauwe) plek op het voorhoofd of elders in het gezicht van de aangeefster heeft waargenomen, terwijl dat bij een toegediende kopstoot in de lijn van de verwachtingen had gelegen. Bij gebrek aan ander bewijs acht het hof niet bewezen dat de verdachte aangeefster op 6 januari 2017 een kopstoot in haar gezicht heeft gegeven. De verdachte moet daarom van dit feit worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aan zien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verbalisanten hebben op 6 januari 2017 geconstateerd dat beide ruiten van de voordeur van de woning van de aangeefster stuk waren. De aangeefster heeft als enige verklaard dat de verdachte dat kort daarvoor had gedaan. De verdachte heeft dat feit eveneens ontkend. Geen van de getuigen heeft waargenomen dat de verdachte de ruiten heeft stuk gemaakt, daarom dient hij ook van dit feit te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 juli 2016 voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het 1 en 2 ten laste gelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 16,30. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 1 februari 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 juli 2016, parketnummer 15-094956-16, voorwaardelijk opgelegde Werkstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. A.M. van Woensel, in tegenwoordigheid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. A.M. van Woensel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>