<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:1494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-16T14:29:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">001334-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1494">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-16T14:28:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:1494 Gerechtshof Amsterdam , 20-03-2019 / 001334-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1494:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing vordering lijfsdwang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1494:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>beschikking</para>
  <section>
    <title>GERECHTSHOF AMSTERDAM </title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 		23-003058-12</para>
      <para>Rekestnummer:		001334-18</para>
      <para>Datum uitspraak:	20 maart 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESCHIKKING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 19 november 2018, op grond van </para>
      <para>artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1966,</para>
      <para>zonder vaste woon of verblijfplaats. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit gerechtshof heeft bij arrest van 23 mei 2016 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 340.311,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze ontnemingsmaatregel is op 11 juli 2017 onherroepelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft op 19 november 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv voor de duur van 540 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege het niet-betalen van voormeld bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld. </para>
      <para>Daarbij is gehoord de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor. </para>
      <para>De veroordeelde en zijn (voormalig) raadsman zijn niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van de vordering ex artikel 577c Sv.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de veroordeelde niet aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voldoet en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar verlenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft in raadkamer geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen, een en ander zoals verwoord in de schriftelijke vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het onderzoek in raadkamer stelt het hof vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken. Uit de schriftelijke vordering volgt dat de veroordeelde onvindbaar is. De veroordeelde is meerdere keren door het CJIB aangeschreven op zowel het adres in Roemenië waarop hij stond ingeschreven, als op het adres dat vermeld staat op het ontnemingsarrest. </para>
      <para>Dit heeft niet geleid tot afbetaling van de ontnemingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve is de vordering tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor toewijzing vatbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 540 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst </emphasis>de vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang <emphasis role="bold">toe</emphasis> en stelt de duur van de lijfsdwang vast op <emphasis role="bold">540 (vijfhonderdveertig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, </para>
      <para>waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting </para>
      <para>van dit gerechtshof van 20 maart 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>