<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:1377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T14:49:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003001-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T14:47:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:1377 Gerechtshof Amsterdam , 19-04-2019 / 23-003001-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ook in hoger beroep heeft de verdachte zijn spijt betuigd en heeft hij verantwoordelijkheid genomen voor de gepleegde strafbare feiten. Anders dan door de raadsman bepleit ziet het hof hierin evenwel geen aanleiding om een lagere straf op te leggen,</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-003001-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 19 april 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 augustus 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-871257-17 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1992, </para>
    <para>adres: [adres], </para>
    <para>thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 (diefstal met geweld), 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de strafmotivering deels verbeterd zal lezen zoals hierna opgenomen en de strafmotivering voorts met een korte overweging zal aanvullen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verbeterde overweging “6.3 Oordeel van de rechtbank” (pagina 4 van het vonnis )</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. </para>
      <para>Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan de diefstal van een VW Golf middels een valse sleutel. Met deze gestolen auto is verdachte samen met zijn mededader enkele weken later naar een parfumeriewinkel gereden en hebben zij samen aldaar een gewapende overval gepleegd. Voor die tijd hebben zij, nadat zij deze winkel tevoren hebben geobserveerd, samen besproken dat zij deze winkel zouden gaan overvallen. </para>
      <para>Met een op een echt vuurwapen gelijkend voorwerp, tie-wraps en duct-tape is <emphasis role="bold italic">de verdachte</emphasis> de winkel ingegaan terwijl <emphasis role="bold italic">de medeverdachte</emphasis> bij de ingang van de winkel bleef staan. Aangever is in de winkel door <emphasis role="bold italic">de verdachte</emphasis> met dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. </para>
      <para>Dit voorwerp is op hem gericht en hij werd gedwongen op de grond te gaan liggen. Er is in de winkel een worsteling ontstaan tussen aangever en de <emphasis role="bold italic">verdachte</emphasis>. <emphasis role="bold italic">De medeverdachte</emphasis>, die inmiddels ook de winkel was binnengegaan, en <emphasis role="bold italic">verdachte</emphasis> hebben tape op de mond van aangever gedaan teneinde ervoor te zorgen dat hij niet om hulp zou roepen en hebben voorts getracht de benen en armen van aangever vast te tapen<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De verdachte</emphasis> heeft hierbij aangever met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in het gezicht geslagen waarbij aangever letsel heeft opgelopen. Bij de overval is een geldbedrag en een grote hoeveelheid parfum gestolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Aanvullende strafmotivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft voorafgaand aan de terechtzitting in eerste aanleg per brief zijn excuses aangeboden aan het slachtoffer en hij heeft die op de terechtzitting herhaald. Ook in hoger beroep heeft de verdachte zijn spijt betuigd en heeft hij verantwoordelijkheid genomen voor de gepleegde strafbare feiten. </para>
      <para>Anders dan door de raadsman bepleit ziet het hof hierin evenwel geen aanleiding om een lagere straf op te leggen, nu deze proceshouding van de verdachte naar het oordeel van het hof moet worden aangemerkt reeds in de door de rechtbank bepaalde straf te zijn verdisconteerd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>