<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:1321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-13T08:43:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.222.400/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:1321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-13T08:41:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:1321 Gerechtshof Amsterdam , 16-04-2019 / 200.222.400/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident. Vordering tot verval van instantie afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:1321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 				: 200.222.400/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam	: C/13/600706 / HA ZA 16-60</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 april 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>appellant in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. W.S. Santema te Sneek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde sub 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde sub 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde sub 3]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend te [woonplaats 4] ,</para>
      <para>geïntimeerden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerden] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] is bij dagvaarding van 23 februari 2017 in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis van 23 november 2016 tussen [geïntimeerden] als eisers en [appellant] als gedaagde.</para>
      <para>Aan [geïntimeerden] is verstek verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft een memorie van grieven genomen. De zaak is daarna op verzoek van [appellant] aangehouden in verband met het voeren van schikkingsonderhande-lingen en ambtshalve doorgehaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft voornoemde mr. Reinders Folmer zich voor [geïntimeerden] gesteld en is het verstek gezuiverd. [geïntimeerden] hebben incidenteel gevorderd voor recht te verklaren dat de procedure bij het hof is komen te vervallen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het incident. Bij afwijzing van de vordering wensen [geïntimeerden] in de gelegenheid te worden gesteld om een memorie van antwoord in te dienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft daarop in het incident geantwoord en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde verval van instantie, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het incident. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident tot verval van instantie</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan de eisen van artikel 251 Rv tot verval van instantie wordt niet voldaan aangezien de zaak, onder meer, niet staat voor een proceshandeling door [appellant] , die langer dan twaalf maanden niet is verricht. De vordering tot verval van instantie zal daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol van 28 mei 2019 worden verwezen voor memorie van antwoord door [geïntimeerden] </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident tot verval van instantie</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 28 mei 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door [geïntimeerden] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.R. Sturhoofd, J.W. Hoekzema en J.C.W. Rang en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 april 2019. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>