<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:24:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.216.604/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=201a&amp;g=2017-09-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 201a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2018/71</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2018/242 met annotatie van mr. Y.A. Wehrmeijer</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2018/487</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-04T15:33:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:950 Gerechtshof Amsterdam , 20-03-2018 / 200.216.604/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>OK. Uitkoopzaak. Bij akte na tussenarrest heeft eiseres, zonder nadere toelichting, stukken in het geding gebracht. In het tussenarrest van 28 november 2017 heeft de Ondernemingskamer, overeenkomstig de stellingen van eiseres, als feit vastgesteld dat de overeenkomst van 22 november 2016 strekte tot overdracht van de aandelen tegen betaling van USD 2,86 in contanten Uit de nadien overgelegde overeenkomst blijkt echter dat een deel van de aandelen is gekocht tegen een cash consideration en een ander deel tegen non-cash consideration. Eiseres heeft geen uitleg gegeven over de discrepanties tussen haar stellingen in de dagvaarding en de thans overgelegde overeenkomst. Als de stellingen in de dagvaarding niet juist zijn, dan zou eiseres in strijd met de verplichting uit hoofde van artikel 21 Rv niet de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid hebben aangevoerd. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten alvorens de Ondernemingskamer beslist over de daaruit te maken gevolgtrekking.</para>
        <para>Voorts stelt de Ondernemingskamer eiseres in de gelegenheid zich uit te laten waarom zij van oordeel is dat de Ondernemingskamer de prijs zonder nader deskundigenbericht kan vaststellen op USD 2,86. Tevens dient zij zich uit te laten over de eventuele betrokkenheid van Jefferies LLC bij eiseres en dient zij duidelijk te maken of ze de later gesloten overeenkomsten ook ten grondslag legt aan haar stelling dat USD 2,86 een billijke prijs vormt voor de over te dragen aandelen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>arrest</para>
    <para>___________________________________________________________________ </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.216.604/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>arrest van de Ondernemingskamer van 20 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TRICER NL BIDCO 4 B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EISERES</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. A.F.J.A. Leijten</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DEEPOCEAN GROUP HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">E.C.H.J. Lokin</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DUPONT PENSION TRUST</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Wilmingon, Delaware (Verenigde Staten),</para>
    </parablock>
    <para>3. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RESERVE CAPITAL ASSOCIATES INCORPORATED</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Darien, Connecticut (Verenigde Staten),</para>
    </parablock>
    <para>4. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">COMPASSPOINT PARTNERS LIMITED PARTNERSHIP</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Darien, Connecticut (Verenigde Staten),</para>
    </parablock>
    <para>5. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CENTURY NATIONAL INSURANCE COMPANY</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd Van Nuys, Californië (Verenigde Staten),</para>
    </parablock>
    <para>6.	<emphasis role="bold">[A]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [....] ,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEDAAGDEN</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Eiseres en gedaagde sub 1 zullen hierna wederom als Tricer en DeepOcean worden aangeduid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar het tussenarrest in deze zaak van 28 november 2017. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Tricer heeft op 9 januari 2018 een akte overlegging nadere producties genomen en arrest gevraagd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Tricer vordert in deze procedure - kort gezegd - op grond van artikel 2:201a BW overdracht van de aandelen in het kapitaal van DeepOcean tegen betaling van USD 2,86 per aandeel. In het tussenarrest van 28 november 2017 heeft de Ondernemingskamer, kort samengevat, overwogen dat zij zich op grond van de bij dagvaarding overgelegde stukken niet voldoende voorgelicht acht om zelfstandig de prijs vast te stellen voor de aandelen in DeepOcean. De Ondernemingskamer heeft Tricer in het tussenarrest in de gelegenheid gesteld nadere informatie in het geding te brengen. Hierbij heeft de Ondernemingskamer overwogen dat zij eerst tot zelfstandige prijsvaststelling in staat is, nadat zij de beschikking heeft gekregen over (kopieën van) de ondertekende versie van de door Tricer Holdco S.C.A. (hierna werderom: Tricer Holdco) gesloten overeenkomsten, gegevens betreffende de hoedanigheid van de toenmalige aandeelhouders die hun aandelen aan Tricer Holdco hebben verkocht en de mate van verspreiding van het aandelenbezit destijds, een onderbouwing van de destijds geboden prijs, alsook de geconsolideerde jaarrekeningen van DeepOcean van de afgelopen drie boekjaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Tricer heeft bij akte, zonder nadere toelichting, de volgende (kopieën van) stukken in het geding gebracht:</para>
      <para>( i)	de ondertekende versie van de door Tricer Holdco gesloten <emphasis role="italic">Share Purchase Agreement </emphasis>van 22 november 2016;</para>
      <parablock>
        <para>(ii)	het aandeelhoudersregister van DeepOcean zoals dit luidde voorafgaand aan de onder (i) genoemde overeenkomst;</para>
        <para>(iii)	een e-mail van [B] van Kirkland  &amp; Ellis International LLP waarin een korte toelichting wordt gegeven op de gevorderde uitkoopprijs van USD 2,86;</para>
        <para>(iv)	de geconsolideerde jaarrekeningen van DeepOcean over de boekjaren 2014, 2015 en 2016;</para>
      </parablock>
      <para>( v)	een <emphasis role="italic">statement of the board of managers </emphasis>van [C] , <emphasis role="italic">Class A Manager</emphasis>, en [D] , <emphasis role="italic">Class B Manager</emphasis>, van Triton Luxembourg II GP S.à.r.l. (hierna: GP), <emphasis role="italic">acting in its capacity as general partner of </emphasis>[Tricer Holdco], van 5 januari 2018, die als volgt luidt:</para>
      <para>	“<emphasis role="italic">As a response to the question asked by the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal in its decision dated 28 November 2017, the board of managers of the GP, in its capacity as general partner of</emphasis> [Tricer Holdco]<emphasis role="italic">, hereby declares that there was no other relationship between the selling shareholders and </emphasis>[Tricer Holdco] <emphasis role="italic">or its subsidiaries at the time of signing of the SPA dated 22 November 2016 except that all parties were shareholders in</emphasis> [DeepOcean]<emphasis role="italic">.</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het Ondernemingskamer constateert het volgende.</para>
        <para>	In de dagvaarding heeft Tricer gesteld dat Tricer Holdco op 22 november 2016 een “onherroepelijk bod” heeft gedaan op alle aandelen in DeepOcean, dat dit bod “is opgenomen” in een overeenkomst tot overdracht van de aandelen tussen Tricer Holdco en het overgrote deel van de toenmalige aandeelhouders, dat de levering heeft plaatsgevonden op 30 december 2016 en dat de “prijs in contanten” die door Tricer Holdco is betaald USD 2,86 per aandeel bedroeg (dagvaarding sub 20). Voor de bepaling van de uitkoopprijs heeft Tricer de Ondernemingskamer verzocht aan te sluiten “bij de prijs die in contanten betaald is voor de aandelen die op 30 december 2016 zijn verkregen, zijnde USD 2,86 per aandeel” (dagvaarding sub 33). </para>
        <para>	In rechtsoverweging 2.2 van het tussenarrest van 28 november 2017 heeft de Ondernemingskamer, overeenkomstig deze stellingen van Tricer, als feit vastgesteld dat de overeenkomst van 22 november 2016 strekt tot overdracht van de aandelen tegen betaling van USD 2,86 per aandeel in contanten. </para>
        <para>	De Ondernemingskamer begrijpt echter uit de thans overgelegde overeenkomst van 22 november 2016 dat een deel van de aandelen is gekocht tegen een <emphasis role="italic">Cash Consideration</emphasis> en een ander deel tegen een <emphasis role="italic">Non-Cash Consideration</emphasis>. Laatstgenoemde vergoeding kent twee varianten: <emphasis role="italic">Consideration Ordinary Shares </emphasis>(in de overeenkomst gedefinieerd als : “<emphasis role="italic">ordinary shares in the capital of </emphasis>[Tricer Holdco]<emphasis role="italic"> to be issued by </emphasis>[Tricer Holdco] <emphasis role="italic">at USD 1.00 per ordinary share</emphasis>”) en <emphasis role="italic">Consideration PEC’s </emphasis>(in de overeenkomst gedefinieerd als: “<emphasis role="italic">preferred equity certificates of nominal value USD 1.00 to be issued by </emphasis>[Tricer Holdco]<emphasis role="italic">, entitling the holder of such preferred equity certificates to a cumulative return of 8% per annum</emphasis>”). Uit <emphasis role="italic">Schedule A</emphasis> bij de overeenkomst blijkt dat het merendeel van de aandelen waarop de overeenkomst betrekking heeft zijn verworven tegen betaling van (een van beide varianten van) de <emphasis role="italic">Non Cash Consideration </emphasis>en Tricer Holdco slechts een minderheid van de aandelen waarop de overeenkomst betrekking heeft verkregen tegen betaling van USD 2,86 in contanten.  </para>
        <para>	Tricer heeft geen uitleg gegeven over de discrepanties tussen haar stellingen in de dagvaarding (en de dienovereenkomstige vaststelling in het tussenarrest) en de inhoud van de thans overgelegde overeenkomst van 22 november 2016. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De Ondernemingskamer gaat er vooralsnog van uit dat de hierboven genoemde stellingen in de dagvaarding niet juist zijn, aangezien deze niet stroken met de overgelegde overeenkomst. Dit zou betekenen dat Tricer in strijd met haar verplichting uit hoofde van artikel 21 Rv. niet de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid heeft aangevoerd.  De Ondernemingskamer zal Tricer in de gelegenheid stellen zich hierover bij akte uit te laten alvorens te beslissen over de daaruit te maken gevolgtrekking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Voorts stelt de Ondernemingskamer Tricer in de gelegenheid toe te lichten waarom zij van oordeel is dat de Ondernemingskamer de prijs, zonder deskundigenbericht, kan vaststellen op USD 2,86 per aandeel. De <emphasis role="italic">Share Purchase Agreement </emphasis>roept de vraag op of Tricer zich op het standpunt stelt dat de betaalde <emphasis role="italic">Non Cash Consideration</emphasis> (in beide varianten) een waarde heeft van USD 2,86 en zo ja, op grond waarvan dit kan worden vastgesteld. In dit kader is ook van belang of de betrokken aandeelhouders de keuze hadden tussen <emphasis role="italic">Cash Consideration</emphasis> dan wel <emphasis role="italic">Non Cash Consideration</emphasis>. Indien Tricer niet gemotiveerd stelt dat de <emphasis role="italic">Non Cash Consideration</emphasis> gelijk te stellen is aan USD 2,86 in contanten, zal de Ondernemingskamer er van uit moeten gaan dat er aandelen in DeepOcean zijn verkocht tegen een prijs waarvan zij de waarde thans niet kan vaststellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Tricer heeft ter onderbouwing van haar stelling dat USD 2,86 een billijke prijs is voor de aandelen DeepOcean ook gewezen op de overeenkomst die zij met Jefferies LLC heeft gesloten op 27 februari 2017 tot overdracht van 75.000 aandelen in DeepOcean tegen betaling van USD 2,86 per aandeel (zie tussenarrest onder 2.6). De overgelegde <emphasis role="italic">statement of the board of managers </emphasis> (hierboven in 2.3 onder (v)) houdt geen verklaring in ten aanzien van eventuele betrokkenheid van deze partij bij DeepOcean dan wel Tricer (Holdco). De Ondernemingskamer verzoekt Tricer zich in de akte ook over dit punt uit te laten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Tot  slot heeft Tricer bij het aanbrengen van de dagvaarding de “<emphasis role="italic">deed of sale, purchase and transfer of shares in DeepOcean</emphasis>” van respectievelijk 2 maart 2017, 6 maart 2017, 8 maart 2017, 6 april 2017 en 26 mei 2017 overgelegd waarbij Tricer aandelen heeft verworven van steeds een andere aandeelhouder. Deze overeenkomsten zijn, naar de Ondernemingskamer begrijpt, enkel overgelegd om de intrekking van de vordering jegens een aantal gedaagden te onderbouwen. De Ondernemingskamer verzoekt Tricer om in de akte duidelijk te maken of zij ook deze overeenkomsten ten grondslag legt aan haar stelling dat USD 2,86 een billijke prijs vormt voor de over te dragen aandelen in het kapitaal van DeepOcean. Indien dit het geval is, dient Tricer per overeenkomst een toelichting te geven, in het bijzonder strekkende ten bewijze dat de betreffende wederpartij niet een rechtspersoon betreft die in een wezenlijk andere positie verkeert dan houders van aandelen die door acceptatie van het bod slechts hun belang in de doelvennootschap verkopen tegen de onder het bod geboden tegenprestatie (vgl. Ondernemingskamer 4 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1203 (Royal Reesink)).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>De Ondernemingskamer houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de terechtzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer voor de Behandeling van Burgerlijke Zaken (rol van de Ondernemingskamer) van 17 april 2018 voor het nemen van een akte als bedoeld in rechtsoverwegingen 2.4, 2.5, 2.6 en 2.7;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>