<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-20T11:50:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/023259-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:795">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-20T11:49:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:795 Gerechtshof Amsterdam , 07-03-2018 / 15/023259-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:795:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vluchtgevaar aanwezig bij ontbreken binding met Nederland.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:795:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/023259-18</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM,  </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis> in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">	[naam] ,</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,</para>
    <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
    <para>	thans verblijvende in het huis van bewaring PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 14 februari 2018, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De feiten en de rechtsgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 19 februari 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. K.R. Verkaart. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof constateert dat de verdachte enkel naar Nederland is teruggekeerd in verband met de medische behandeling van zijn jongste kind. Onduidelijk is hoe lang die behandeling zal gaan duren. De verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland maar verblijft tijdelijk met zijn gezin bij zijn broer. Niet is gebleken dat de verdachte in Nederland werkzaam is. Er is alleen een verklaring overgelegd van de broer van de verdachte dat hij bereid is de verdachte in dienst te nemen.  Het gezin van de verdachte heeft tot een jaar geleden steeds in Egypte gewoond, waar de verdachte een huis heeft en kennelijk een inkomen genereerde. De kinderen zijn daar naar het hof aanneemt ook naar school gegaan. Gelet hierop en op het feit dat de verdachte naar het zich nu laat aanzien beslissingen van de Nederlandse rechter in het verleden naast zich neer heeft gelegd, heeft het hof er geen vertrouwen in dat de verdachte na vrijlating voor Justitie vindbaar en bereikbaar zal blijven zodat vluchtgevaar aanwezig wordt geacht. Evenzeer acht het hof de mogelijkheid reëel dat de verdachte met zijn gezin en zijn minderjarige dochter [voornaam dochter] opnieuw naar Egypte terug zal keren en [voornaam dochter] aldus weer buiten het bereik van het Nederlandse gezag zal brengen zodat er ook nog sprake is van recidivegevaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet geen mogelijkheden bovengenoemd gevaar door het stellen van schorsingsvoorwaarden in te perken. Het mondelinge schorsingsverzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>15/023259-18</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 7 maart 2018 in raadkamer van dit hof door</para>
      <para>mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.J.G.B. Heutink en J.L. Bruinsma, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.G.W.M. Lut als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.</para>
      <para>Amsterdam, 7 maart 2018,</para>
      <para>de advocaat-generaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>