<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:5235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-28T08:47:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003707-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:5235">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:5235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-28T08:44:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:5235 Gerechtshof Amsterdam , 20-02-2018 / 23-003707-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:5235:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak mishandeling. Verklaringen aangeefsters inconsistent en ook uit overige bewijsmiddelen kan niet met voldoende mate van nauwkeurigheid worden vastgesteld wat zich precies heeft afgespeeld bij de tenlastegelegde incidenten. Nu de verdachte steeds heeft ontkend het tenlastegelegde te hebben begaan leidt dit tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte onder feit 1 en feit 2 is ten laste gelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:5235:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Parketnummer: 23-003707-16 </para>
    <para>Datum uitspraak: 20 februari 2018 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 september 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-134813-16 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1966, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:<?linebreak?>hij op of omstreeks 30 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] en/of [benadeelde] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] in het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of door voornoemde [benadeelde] op de armen en/of in het gezicht en/of op het hoofd te slaan en/of te stompen en/of tegen de ribben en/of tegen het lichaam te trappen en/of te schoppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2:<?linebreak?>hij op of omstreeks 30 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak feit 1 en feit 2</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof constateert dat de door beide aangeefsters bij de politie afgelegde verklaringen naast overeenkomsten ook verschillen en inconsistenties vertonen ten opzichte van enerzijds op een later moment door henzelf afgelegde verklaringen bij de raadsheer-commissaris en anderzijds ten opzichte van elkaar. De inconsistenties en verschillen betreffen ook niet-ondergeschikte onderdelen hiervan, zoals de beschrijving van de precieze aard van de handelingen die door de verdachte zouden zijn verricht.</para>
      <para>Zo verklaart aangeefster [slachtoffer] bij de politie dat zij van de verdachte een vuistslag kreeg op haar linker- en rechterkaak, terwijl zij als getuige bij de raadsheer-commissaris zegt zeker te weten niet geraakt te zijn door de verdachte. Aangeefster [benadeelde] heeft verklaard dat de chauffeur haar met een vuistslag raakte op de rechterhand en vervolgens op de linker kaak, terwijl zij als getuige bij de raadsheer-commissaris slechts spreekt over een zwaaibeweging, mogelijk een slaande beweging tegen de hand. Zij weet niet of er tussen [slachtoffer] en de verdachte is geslagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van deze verklaringen kan dan ook niet met voldoende mate van nauwkeurigheid worden vastgesteld wat zich precies heeft voorgevallen bij de tenlastegelegde incidenten op 30 juni 2016. Genoemde verklaringen vormen derhalve onvoldoende basis om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overige bewijsmiddelen vormen dit evenmin. Uit de verklaringen van twee andere getuigen leidt het hof af dat ten tijde van het incident sprake was van een chaotische situatie. Het was daarbij donker. Ook op basis hiervan kan onvoldoende concreet en specifiek worden afgeleid wat zich precies heeft voorgevallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte steeds heeft ontkend het tenlastegelegde te hebben begaan leidt dit tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte onder feit 1 en feit 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 580,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt</emphasis> de verdachte daarvan <emphasis role="bold">vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. F.M.D. Aardema en mr. F.G. Hijink, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. H.A. van Eijk is buiten staat dit arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>