<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:5203</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-28T15:52:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001359-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:5203">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:5203</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-28T15:50:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:5203 Gerechtshof Amsterdam , 10-08-2018 / 23-001359-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:5203:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering. Het hof is van oordeel dat de verdachte niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Nu om die reden thans een reële verdedigingsmogelijkheid voor hem ontbreekt, zal het hof de vervolging van de verdachte schorsen in de stand waarin zij zich thans bevindt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:5203:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Parketnummer: 23-001359-17 </para>
    <para>Datum uitspraak: 10 augustus 2018 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het </para>
    <para>vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 april 2017 in de strafzaak onder </para>
    <para>de parketnummers 15-010418-17 en 15-146520-16 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>10 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 4 januari 2017 te Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (lok)fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan </para>
      <para>Stichting Aanpak Voertuig-Criminaliteit, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schorsing der vervolging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de voet van artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering, dient de rechter de vervolging te schorsen, indien de verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vordering te begrijpen, en dient de schorsing te worden opgeheven zodra van het herstel van de verdachte is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast. </para>
      <para>Uit het reclasseringsadvies van 19 april 2018 volgt dat bij de verdachte sprake is van een instabiele leefsituatie, een negatieve financiële situatie en fors middelengebruik. Er is voorts sprake van een delictpatroon op het gebied van vermogensdelicten gepleegd onder invloed van alcohol en drugs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep was de verdachte in het geheel niet aanspreekbaar en erg verward. </para>
      <para>De verdachte verklaarde dat het hele rechtssysteem tegen hem is, dat hij wordt afgeluisterd door de politie en dat het hele systeem corrupt is. De vraag naar de reden van het hoger beroep, heeft hij niet willen/kunnen beantwoorden. De verdachte gedroeg zich zeer geagiteerd en wilde de zitting opnemen met zijn mobiele telefoon om te kunnen aantonen dat het systeem corrupt was. Na een schorsing heeft de verdachte de zittingszaal verlaten en is hij daarin niet meer teruggekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op bovenstaande is het hof van oordeel dat de verdachte niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Nu om die reden thans een reële verdedigingsmogelijkheid voor hem ontbreekt, zal het hof de vervolging van de verdachte schorsen in de stand waarin zij zich thans bevindt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegrond op artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Schorst de vervolging</emphasis> van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin </para>
      <para>zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.D.L. Nuis en mr. S. Clement, in tegenwoordigheid </para>
      <para>van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof </para>
      <para>van 10 augustus 2018. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>