<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:4777</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T12:59:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.164.386/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:4777">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:4777</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T12:58:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:4777 Gerechtshof Amsterdam , 18-12-2018 / 200.164.386/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:4777:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg van tussenarrest 5 juni 2018. Geen tegenbewijs geleverd, evenmin bewijs van enkele stellingen van de appellant. Bekrachtiging van de toewijzing van de vordering van de bewindvoerder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:4777:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 				: 200.164.386/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam	: C/13/548128/ HA ZA 13-881 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 december 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: mr. O. Surquin te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] , </emphasis>handelende onder de naam<emphasis role="bold"> [X Bewindvoering]</emphasis>,</para>
      <para>in hoedanigheid van bewindvoerder in het meerderjarigenbewind over de goederen van mevrouw [persoon 1] , </para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Wytema te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden wederom [appellant] en de bewindvoerder genoemd en de rechthebbende van de onder bewind gestelde goederen wederom [persoon 1] .  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak is op 5 juni 2018 een derde tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt verwezen naar dat tussenarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het laatste tussenarrest is [appellant] toegelaten tot bewijslevering als in rov. 2.5 van dat arrest bedoeld. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is wederom arrest gevraagd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft in dit geding de veroordeling gevorderd van [appellant] tot terugbetaling van bedragen die [appellant] in de periode 1 juli 2011 t/m 27 oktober 2012 aan het vermogen van [persoon 1] heeft onttrokken tot per saldo  € 190.701,64. De vordering is gegrond op de stelling dat [persoon 1] destijds als gevolg van een vergevorderd stadium van dementie niet in staat was haar wil te bepalen, zodat [appellant] geacht moet worden de bedragen zonder instemming van [persoon 1] en mitsdien zonder recht of titel aan het vermogen van [persoon 1] te hebben onttrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Na een aktewisseling is de bewindvoerder voorshands geslaagd geacht in het bewijs van de door hem gestelde geestestoestand van [persoon 1] ten tijde van de onttrekkingen. [appellant] is in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren ter ontzenuwing van dat bewijsvermoeden. [appellant] is bovendien in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren van zijn tot verweer betrokken stellingen dat [persoon 1] hem € 150.000 had geschonken en dat zij hem volmacht had verstrekt om haar huis en tuin te laten opknappen en daartoe betalingen te doen aan derden tot een bedrag van € 115.000,-. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Nu [appellant] geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om tegenbewijs te leveren, wordt van de door de bewindvoerder gestelde geestestoestand van [persoon 1] ten tijde van de onttrekkingen uitgegaan. Gelet op die geestestoestand wordt het ervoor gehouden dat [persoon 1] ten tijde van de onttrekkingen niet in staat was om haar wil te bepalen, althans waar het financiële aangelegenheden aangaat zoals de onttrekkingen door [appellant] . Er zijn geen aanwijzingen dat [appellant] grond had om er desalniettemin op te vertrouwen dat [persoon 1] dienaangaande wel in staat was haar wil te bepalen, zodat de onttrekkingen geacht worden zonder recht of titel te zijn verricht. Dit brengt mee dat de onttrekkingen als onrechtmatig jegens [persoon 1] moeten worden aangemerkt. [appellant] is daarom gehouden het met de onttrekkingen gemoeide bedrag ten titel van schadevergoeding aan [persoon 1] (terug) te betalen, behoudens voor zover de onttrokken gelden ten voordele van [persoon 1] zijn aangewend. Dat hiervan sprake is (als gevolg van opknapwerkzaamheden aan het huis en de tuin van [persoon 1] ) en zo ja, tot beloop waarvan, kan zonder het van [appellant] verlangde bewijs niet worden vastgesteld, zodat (ook) het daartoe strekkende verweer van [appellant] wordt verworpen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De slotsom is dat het hoger beroep tevergeefs is ingesteld. Het bestreden vonnis voor zover gewezen tussen de bewindvoerder en [appellant] wordt bekrachtigd en [appellant] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het bestreden vonnis voor zover tussen de bewindvoerder en [appellant] gewezen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep tot op heden begroot aan de zijde van de bewindvoerder op € 1.615,- aan verschotten en € 10.582,- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.S. Arnold, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en S.B. van Baalen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 december 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>