<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:4732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T00:23:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.222.537/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2013-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2019/54</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:4732">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:4732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-31T14:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:4732 Gerechtshof Amsterdam , 19-12-2018 / 200.222.537/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:4732:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; enquêterecht; bepaling van de vergoeding van de onderzoeker</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:4732:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4bd71e8b-0ae1-404d-aa75-7eff699450d1" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking		</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.222.537/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 19 december 2018	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MKA-CHIRURGEN NOORDRAND ROTTERDAM B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. R.C. de Mol, thans <emphasis role="bold">mr. W.J.M. van Andel</emphasis>, kantoorhoudende te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MKA-CHIRURGEN NOORDRAND ROTTERDAM B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. S.A. van der Velden, thans <emphasis role="bold">mr. W.J.M. van Andel</emphasis>, kantoorhoudende te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FACEMED B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>aanvankelijk verschenen bij haar bestuurder [A] , thans bijgestaan door <emphasis role="bold">mr. R.C. de Mol</emphasis>, advocaat te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ANKATES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. S.A. van der Velden, thans <emphasis role="bold">mr. Y.A. Wehrmeijer</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. S.A. van der Velden, thans <emphasis role="bold">mr. J.P. Franx</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDEN</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verweerster zal hierna MKA worden genoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 23 en 25 oktober 2017, 26 maart 2018, 26 juli 2018, 11 september 2018 en 10 december 2018 en naar de beschikking van de raadsheer-commissaris van 26 juli 2018, alle in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikkingen van 23 en 25 oktober 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MKA over de periode vanaf maart 2017, mr. E. Hammerstein (hierna: Hammerstein) benoemd als onderzoeker, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van MKA.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij de beschikking van 26 maart 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 70.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van MKA.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij de beschikking van 11 september 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van MKA.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Hammerstein heeft bij brief van zijn kantoorgenoot mr. A.J. van Wees van 7 december 2018 specificaties overgelegd van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden in verband met het onderzoek en de daaraan bestede tijd. Hij heeft de Ondernemingskamer verzocht de kosten van het onderzoek overeenkomstig het bepaalde budget definitief vast te stellen op € 75.000 exclusief btw. Voor zover de gemaakte kosten dit bedrag overstijgen, heeft Hammerstein deze niet in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in 1.6 genoemde verzoek van de onderzoeker en de daarbij behorende specificaties. Daarop zijn geen reacties van partijen ontvangen door de Ondernemingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij de beschikking van 10 december 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 23 oktober 2017 bevolen onderzoek ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het verzoek van de onderzoeker diens vergoeding te bepalen op € 75.000 exclusief btw zijn geen bezwaren aangevoerd. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 75.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. H.J. Vetter, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins en mr. D.E.M. Aleman, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 december 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>