<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-12T10:39:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003051-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:441">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-12T10:38:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:441 Gerechtshof Amsterdam , 22-01-2018 / 23-003051-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:441:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal lokfiets. Bevestiging vonnis met aanvulling gronden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:441:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>afdeling strafrecht</para>
  <para>parketnummer: 23-003051-17 </para>
  <para>datum uitspraak: 22 januari 2018 </para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>13-111130-17 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 januari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de in het vonnis onder 2.1 opgenomen bewijsoverweging terzijde stelt en daarvoor in de plaats het volgende overweegt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal met braak. De verdachte is weliswaar op een gestolen fiets aangetroffen, maar dit sluit niet uit dat een ander deze diefstal heeft gepleegd. De verdachte stelt dat hij het slot niet heeft opengebroken. Nu er geen bewijs is dat de verdachte zich de fiets wederrechtelijk heeft toegeëigend, kan hoogstens sprake zijn van joyriding, aldus de raadsman. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 16 juni 2017 omstreeks 17.30 uur heeft de politie een fiets (merk Cortina type U4) voorzien van een track &amp; trace systeem in een fietsenrek op de openbare weg, de Hemonystraat te Amsterdam geplaatst. Deze zogenoemde lokfiets werd afgesloten en onbeschadigd achtergelaten. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 20 juni 2017 om 5.09 uur ging het bewegingsalarm van de fiets af en om 5.12 uur werd met de fiets snelheid gemaakt. De fiets bleef in beweging en verplaatste zich naar de Oosterparkstraat, waar de verdachte om 5.18 uur rijdend op deze fiets werd aangehouden.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op de korte tijd tussen het in beweging komen van de lokfiets (5.12 uur) en het aantreffen van de verdachte rijdend op deze fiets (5.18 uur), alsmede op de omstandigheid dat de fiets tussen deze tijdstippen voortdurend in beweging is geweest, dient het ervoor te worden gehouden dat de verdachte degene is geweest die de fiets heeft gestolen en het slot heeft opengebroken. Dit kan anders zijn indien de verdachte voor de herkomst van de fiets een aannemelijke verklaring geeft. De verdachte heeft echter slechts verklaard dat hij de fiets ‘ergens’ had meegenomen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook overigens ontbreekt iedere aanwijzing dat de fiets door iemand anders zou zijn gestolen, dan wel dat een ander dan de verdachte het slot heeft opengebroken. Het enkele feit dat het slot niet door de politie is aangetroffen acht het hof daarvoor onvoldoende, nu de verdachte de mogelijkheid heeft gehad zich van dat slot te ontdoen. De verdachte heeft met zijn handelen de fiets aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken en daarover als heer en meester beschikt. Naar het oordeel van het hof is de fiets aldus met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weggenomen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof acht het door de raadsman geschetste alternatieve scenario dan ook niet aannemelijk en verwerpt het verweer; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. het in het vonnis onder 4. opgenomen bewijsmiddel niet overneemt;</para>
    <para />
    <para>3. aan de in het vonnis opgenomen wetsartikelen toevoegt: artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para />
    <para>4. bij het bepalen van de op te leggen straf heeft gelet op het de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 28 december 2017;</para>
    <para />
    <para>5. de in het vonnis onder 6. opgenomen strafmotivering aanvult als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De enkele, niet met stukken onderbouwde, stelling van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep dat de verdachte thans een uitkering heeft en vrijwilligerswerk doet, geeft het hof onvoldoende aanleiding de verdachte een andere straf op te leggen dan de politierechter heeft gedaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. R. Veldhuisen en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. P.M. Huizenga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>22 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […]
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>