<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:2058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-25T15:17:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000200-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:2058">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:2058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-25T15:16:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:2058 Gerechtshof Amsterdam , 20-06-2018 / 23-000200-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:2058:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis met dien verstande dat het hof een bewijsmiddel aanpast, een aanvullende motivering voor de oplegging van de ISD-maatregel geeft en een toetsmoment voor de ISD-maatregel bepaalt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:2058:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000200-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 20 juni 2018 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 januari 2018 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-684049-17 en 13-701839-17 en 13-702048-17, alsmede 13-152624-16, 09-818686-16 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, </para>
    <para>postadres: [adres], </para>
    <para>thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof :</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewijsmiddel 5 aanpast;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een aanvullende motivering voor de maatregel geeft en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>in aanvulling op het vonnis bepaalt dat het openbaar ministerie binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van dit arrest de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, zoals bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanpassing bewijsmiddel 5</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende zin dient uit bewijsmiddel 5 (een proces-verbaal van verhoor getuige I. Iofe met nummer 2017023724-11 van 7 februari 2017, dossierpagina’s 33-34, weergegeven op pagina 3 van de aanvulling verkort vonnis) te worden verwijderd:</para>
      <para>	‘<emphasis role="italic">Tijdens deze worsteling zag ik dat er een bril uit de jas viel op de grond.’</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvullende motivering voor de oplegging van de ISD-maatregel en toetsmoment van de maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen dan die van de eerste rechter. De recente informatie van drs. [naam], </para>
      <para>GZ-psycholoog/regiebehandelaar bij het ForfFACT-2-team, en hetgeen de verdediging tegen het reclasseringsadvies heeft ingebracht hebben het hof evenmin tot een ander oordeel kunnen brengen. Het hof ziet gelet op het door de reclassering uitgebrachte advies vooralsnog geen mogelijkheden voor succesvolle hulpverlening binnen een ambulant kader. Het hof betrekt bij dat oordeel tevens dat de verdachte niet over adequate huisvesting beschikt en uit de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde stukken niet is gebleken dat dat op korte termijn anders zal zijn. Het hof sluit zich derhalve aan bij de beslissing van de rechtbank om de ISD-maatregel op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de verdediging toegelicht dat verdachte in de huidige detentie meewerkt aan onder meer een psychologisch onderzoek en dat hij zeer gemotiveerd is voor behandeling en een andere weg wil inslaan. Het hof zie hierin aanleiding om te bepalen dat het openbaar ministerie binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van dit arrest de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, zoals bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. S. Clement en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. S. Clement en mr. A.M. Ruige zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>