<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:1876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-07T09:56:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.234.096/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1876">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-07T08:42:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1876 Gerechtshof Amsterdam , 05-06-2018 / 200.234.096/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1876:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Incident voeging. Onweersproken volgt dat aan de eisen van artikel 217 Rv wordt voldaan.</para>
      <para />
      <para>Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:1566.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1876:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 					: 200.234.096/01 KG</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam		: C/13/638381/KG ZA 17-1217 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">REPUBLIEK KAZACHSTAN</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Astana, Kazachstan,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. N. Peters te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht<emphasis role="bold"> SAMRUK-KAZYNA JSC</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Astana, Kazachstan,</para>
      <para>appellante in de hoofdzaak, </para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. J. van den Brande te Rotterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [X] ,</title>
    <para>wonend te [woonplaats ] , [land] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [Y]</emphasis>,</para>
    <para>wonend te [woonplaats ] , [land] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. </emphasis>de vennootschap naar buitenlands recht<emphasis role="bold"> ASCOM GROUP S.A.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Chisinau, Moldavië,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4. </emphasis>de vennootschap naar buitenlands recht<emphasis role="bold"> TERRA RAF TRANS TRAIDING LTD.</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Gibraltar,</para>
      <para>geïntimeerden in de hoofdzaak, </para>
      <para>verweerders in het incident, </para>
      <para>advocaat: mr. G.J. Meijer te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Kazachstan, Samruk en [X] c.s. genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Samruk is bij dagvaarding van 2 februari 2018 in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>5 januari 2018, onder bovenstaand zaak- en rolnummer gewezen tussen Samruk als eiseres en [X] c.s. als gedaagden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:</para>
    </parablock>
    <para>- memorie van grieven, met producties,</para>
    <para>- incidentele memorie houdende vordering tot voeging ex artikel 217 Rv van Kazachstan;</para>
    <para>- memorie van antwoord in het incident tot voeging van Samruk;</para>
    <para>- conclusie van antwoord in het incident tot voeging van [X] c.s.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is arrest bepaald in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kazachstan heeft incidenteel gevorderd dat zij als gevoegde partij aan de zijde van Samruk zal worden toegelaten in de onderhavige appelprocedure tussen Samruk als appellante en [X] c.s. als geïntimeerden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Samruk heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering. [X] c.s. hebben zich ter zake gerefereerd aan het oordeel van het hof.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Kazachstan heeft voeging gevorderd op de grond dat zij belang heeft bij een voor Samruk gunstige uitkomst van de onderhavige procedure in hoger beroep. Als overwogen, heeft Samruk de vordering ondersteund en hebben [X] c.s. zich gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot de gevorderde voeging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit hetgeen Kazachstan ter toelichting (onweersproken) heeft aangevoerd, volgt dat aan de eisen van artikel 217 Rv wordt voldaan. De incidentele vordering van Kazachstan tot voeging aan de zijde van Samruk op de voet van dat artikel zal derhalve worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor een memorie aan de zijde van Kazachstan, waarna [X] c.s. een memorie van antwoord mogen indienen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat Kazachstan toe zich in de onderhavige procedure tussen Samruk als appellante en [X] c.s. als geïntimeerden te voegen aan de zijde van Samruk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 31 juli 2018 voor het nemen van een memorie door Kazachstan en een memorie van antwoord door [X] c.s. ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, H.M.M. Steenberghe en F.J. Verbeek en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>