<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:1780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T14:45:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.144.148/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1780">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T14:44:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1780 Gerechtshof Amsterdam , 08-05-2018 / 200.144.148/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1780:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg van tussenarrest 29 augustus 2017. Begroting schadeloosstelling en loon deskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1780:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	   	         : 200.144.148/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>tevens incidenteel geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. L.C.M. Jurgens te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4iTRUST INTEGRITY SERVICES B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Sneek,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>tevens incidenteel appellante, </para>
      <para>advocaat: mr. T. Welschen te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en 4iTrust genoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het hof heeft in deze zaak op 29 augustus 2017 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij tussenarrest van 29 augustus 2017 heeft het hof een deskundigenonderzoek door prof. dr. P.A.M. Sampers bevolen. Daarbij is voor de door de deskundige uit te voeren werkzaamheden een voorschot van € 11.200 exclusief btw bepaald. Bij brief van 6 maart 2018 heeft de deskundige een declaratie ad in totaal € 11.200 exclusief BTW/ € 13.552 inclusief BTW met urenspecificatie aan het hof toegezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van dit hof van 9 maart 2018 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om te reageren op de declaratie. [appellant] heeft bij brief van 22 maart 2018 en e-mail van 26 maart 2018 met bijlage gereageerd. 4iTrust heeft dat bij e-mail van 26 maart 2018 gedaan. Naar aanleiding hiervan heeft de deskundige zich bij brief van 2 april 2018 uitgelaten.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het tussenarrest van 29 augustus 2017 is bepaald dat aan de deskundige een bedrag groot € 11.200 exclusief BTW als voorschot op loon en kosten toekomt. De hoogte van het voorschot hield verband met de door de deskundige opgegeven omvang van de kosten die naar verwachting gemoeid zouden zijn met het onderzoek.</para>
        <para>De (eind)declaratie van de deskundige is in overeenstemming met deze prognose immers sluit op een bedrag van € 13.552, bestaande uit honorarium van € 11.220 en BTW van € 2.352. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Zoals hiervoor is overwogen is in  het tussenarrest het  voorschot begroot op</para>
        <para>€ 11.200 exclusief BTW, wat neerkomt op een bedrag van € 13.552 inclusief BTW. Door een fout aan de zijde van het hof, is ten onrechte slechts een bedrag van € 11.200 geïnd. Deze fout is inmiddels rechtgezet door middel van een opdracht aan het LDCR om het resterende voorschotbedrag alsnog te innen bij [appellant].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de opgegeven omvang van de kosten van het deskundigenonderzoek. 4i-Trust heeft meegedeeld dat zij geen opmerkingen heeft ten aanzien van de declaratie van de deskundige. [appellant] heeft wel bezwaren geuit. De deskundige is in zijn brief van 2 april 2018 op deze bezwaren ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [appellant] is van mening dat de factuur, die op naam staat van <emphasis role="italic">Maastricht University, School of Business and Economics,</emphasis> niet betaald moet worden, omdat die niet van de deskundige afkomstig is. De deskundige heeft in zijn brief van 2 april 2018 uitgelegd dat dit een gebruikelijke manier van factureren is van hoogleraren van de Universiteit Maastricht die externe opdrachten uitvoeren. Nu deze verklaring aannemelijk voorkomt en niet gesteld of gebleken is dat [appellant] hiervan enig nadeel ondervindt, wordt dit bezwaar verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verder meent [appellant] dat een uurtarief van € 180 redelijk is en het gehanteerde uurtarief van € 350 excessief is. Het hof verwerpt deze stelling van [appellant], die hij  niet feitelijk en concreet heeft onderbouwd. Een uurtarief van € 350 is niet als bovenmatig te beschouwen voor een deskundige met de expertise en statuur van prof. dr. P.A.M. Sampers, die hoogleraar <emphasis role="italic">Financial Accounting </emphasis>is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De inhoudelijke bezwaren die [appellant] tegen de rapportage heeft geuit, behoeven geen behandeling. Deze dienen in de hoofdzaak aan de orde te worden gesteld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De schadeloosstelling en het loon van de deskundige worden, conform de declaratie, begroot op € 13.552 inclusief BTW. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>begroot de schadeloosstelling en het loon van de deskundige op € 13.552 inclusief BTW;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt deze begroting op de minuut van het schriftelijk bericht van de deskundige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gegeven door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, J.W.M. Tromp en </para>
      <para>G.J. Visser en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>