<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:1679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-04T12:14:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003018-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-04T12:13:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1679 Gerechtshof Amsterdam , 29-05-2018 / 23-003018-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>inbraak pizzeria. Bevestiging met aanvulling van de gronden. Geen verrekening vordering tenuitvoerlegging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>parketnummer: 23-003018-17 </para>
      <para>datum uitspraak: 29 mei 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 augustus 2017 in de strafzaak onder de parketnummers 13-741022-17 en 13-684520-15 (TUL) tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, </para>
      <para>adres: [adres 1] ,</para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in [gedetineerd]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek van de zaak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Vonnis waarvan beroep</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en de gronden waarop het berust en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de kwalificatie van het bewezen verklaarde en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en met dien verstande dat het hof de gronden aanvult.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Aanvulling van de bewijsmiddelen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof vult de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aan met het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal sporenonderzoek van 5 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, in: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 oktober 2016 werd door ons als forensisch onderzoekers een onderzoek verricht in verband met een gekwalificeerde diefstal uit bedrijf gepleegd tussen 5 oktober 2016 4.00 uur en 4.06 uur. Het onderzoek is verricht in een horecabedrijf te [adres 2] Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wij zagen, vanuit de binnenzijde van het pand gezien, sporen van braak. Wij zagen namelijk dat het bovenlicht het verst van de toegangsdeur was geforceerd. Wij zagen namelijk dat de valijzer was verbogen en wij zagen dat het sluitwerk niet meer [naar] behoren werkte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overige aanvulling van de gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de <emphasis role="italic">stills</emphasis> van de camerabeelden, waarop de verdachte is herkend, geen datum- en tijdsindicatie bevat. Hierdoor kunnen de beelden niet worden gelinkt aan de inbraak op 5 oktober 2016 en moet de verdachte worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer. </para>
      <para>
        [benadeelde] heeft op 12 oktober 2016 aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 5 oktober 2016 en heeft bij die gelegenheid verklaard dat zij de camerabeelden van de inbraak heeft meegenomen voor onderzoek door de politie. Er is geen aanwijzing dat die verklaring onjuist is en dat de door de aangeefster aan de politie overgedragen beelden op een andere inbraak zien dan die van 5 oktober 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Kwalificatie van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kwalificeert het bewezen verklaarde als: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van (het restant van) de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2016 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 oktober 2016 en 14 december 2016 is telkens een gedeelte van deze straf ten uitvoer gelegd, zodat nu 19 dagen jeugddetentie resteren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Tevens is gebleken dat de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf inmiddels is verstreken, zodat de proeftijd niet meer kan worden verlengd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de tenuitvoerlegging van het resterende deel van de voorwaardelijk opgelegde straf gelasten. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte bieden geen aanknopingspunt anders te beslissen, in het bijzonder gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 mei 2018, waaruit volgt dat hij voor en na het onderhavige feit met justitie in aanraking is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte 99 dagen in voorarrest heeft doorgebracht, zodat het voorarrest de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van 10 weken overstijgt. Zij heeft verzocht de teveel in voorarrest doorgebrachte dagen in mindering te brengen op de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Het hof kan dit verzoek niet toewijzen, omdat de wet hiertoe geen ruimte biedt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie van het bewezen verklaarde en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de tenuitvoerlegging van het resterende gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2016, parketnummer 13-684520-15, te weten van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">jeugddetentie</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">19 (negentien) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. M.M. van der Nat en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>