<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:1528</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:00:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.234.715/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2018/117</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2018/601</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1528">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1528</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-07T11:05:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1528 Gerechtshof Amsterdam , 01-05-2018 / 200.234.715/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1528:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ok; enquête; verzoek ingetrokken na de mondelinge behandeling; veroordeling van verzoekster in de proceskosten volgens gebruikelijke forfaitaire tarief; geen termen voor compensatie van kosten; artikel 237 Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1528:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="38790687-17f6-4932-9255-7ae9b40b8528" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.234.715/01 Ok</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 1 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. T.J. Teggelaar</emphasis>, kantoorhoudende te Nijmegen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HnL GROUP B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Oploo,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE,</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. E.J. Bijleveld, </emphasis>kantoorhoudende te Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">Het verloop van het geding</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1 Verzoekster wordt hierna [A] genoemd, verweerster wordt hierna aangeduid als HnLG en belanghebbende als [B] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2 [A] heeft bij op 7 maart 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, – voor zover thans nog van belang – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van HnLG te bevelen en bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen, met veroordeling van HnLG in de kosten van het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3 [B] heeft bij op 16 maart 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 21 maart 2018. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter terechtzitting heeft [A] haar verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen aangevuld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5 Bij brief aan de Ondernemingskamer van 3 april 2018 heeft [A] haar verzoek ingetrokken omdat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6 Bij brief aan partijen van 3 april 2018 heeft de Ondernemingskamer bericht dat zij, gelet op de inhoud van de onder 1.5 bedoelde brief van [A] , zonder tegenbericht het dossier zal sluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.7 Bij brief aan de Ondernemingskamer van 13 april 2018 heeft [B] verzocht [A] te veroordelen in de kosten van het geding, begroot op € 6.857 (uitgaande van Tarief IV van het liquidatietarief, van toepassing op zaken van een geldswaarde van €  195.000 tot € 390.000). Zij motiveert haar verzoek als volgt: “<emphasis role="italic">[A] </emphasis>[heeft]<emphasis role="italic"> zonder overleg of afspraak met [B] ervoor (…) gekozen om haar verzoek in te trekken. [B] handhaaft haar standpunt dat het een nodeloos verzoek was dat haar alleen maar met onnodige kosten heeft opgezadeld. [B] had graag een uitspraak gezien, ook ten aanzien van de proceskosten</emphasis>”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.8 Bij e-mail van 17 april 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van [B] als bedoeld onder 1.7. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.9 Bij brief aan de Ondernemingskamer van 23 april 2018 heeft [A] primair verzocht het verzoek van [B] af te wijzen omdat “<emphasis role="italic">de relatie van partijen (ex-echtelieden)</emphasis>” aanleiding geeft om op de voet van artikel 237 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering de proceskosten te compenseren. Subsidiair, voor het geval het verzoek tot veroordelen in de proceskosten wordt toegewezen, heeft zij verzocht bij de bepaling van de hoogte van de proceskosten tot uitgangspunt te nemen dat het een zaak van onbepaalde waarde betreft, waarvoor Tarief II van het liquidatietarief geldt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [A] heeft haar verzoek ingetrokken. Dat betekent dat dit verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat [A] niet ontvankelijk is in zijn verzoek. Nu het verzoek is ingetrokken na de mondelinge behandeling van het verzoek, zal de Ondernemingskamer het verzoek om [A] in de proceskosten te veroordelen toewijzen. De Ondernemingskamer acht geen termen aanwezig voor de door [A] bepleite kostencompensatie. De Ondernemingskamer ziet evenmin aanleiding om [A] tot meer dan de kosten volgens het gebruikelijke, forfaitaire tarief (Tarief II, met een maximum van drie punten) te veroordelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [A] niet ontvankelijk in haar verzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [A] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [B] begroot op € 3.222;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling  uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en mr. drs. G. Boon RA, raden, in tegenwoordigheid van S. M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 1 mei 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>