<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:1196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-16T13:34:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">001756-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1196">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-16T13:33:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1196 Gerechtshof Amsterdam , 06-04-2018 / 001756-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1196:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek ex artikel 591a Sv - reiskosten na heenzending en verzoek advoceiskosten in de zin van dit artikel - Het relatief geringe verzochte bedrag is geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire bedragen voor indienen en behandeling van het verzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1196:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking 		 </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="63a91e08-f67b-4b14-8acc-392d30dafad0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4b5bff25-2ec2-41c1-b95a-1bb4102e5193" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="337dde01-9081-49e4-836d-bea51bb82b19" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummer(s): 001756-17 (591a Sv)</para>
      <para>parketnummer in eerste aanleg: 15-700185-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 10 november 2017 op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,</para>
      <para>mr. G. Kaaij, [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inhoud van het verzoekschrift</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>reiskosten gemaakt ten behoeve van het onderzoek en het bijwonen van de behandeling van de strafzaak ten bedrage van € 29,73;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand in eerste aanleg ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 280,00, vermeerderd met € 280,00 voor het hoger beroep.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is op 16 november 2017 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 maart 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek tot vergoeding van de reiskosten toegewezen en het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toegewezen tot € 30,00. De rechtbank is in dit geval van het forfaitair vastgestelde bedrag van € 280,00 afgeweken gezien het relatief geringe bedrag aan reiskosten en heeft aansluiting gezocht bij het in civiele zaken gehanteerde liquidatietarief. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het inleidende verzoek is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding van €  24,14 ter zake van gemaakte reiskosten. Het meer verzochte komt –anders dan de rechtbank heeft geoordeeld- niet voor vergoeding in aanmerking omdat de reiskosten na heenzending noch de reiskosten gemaakt in verband met een bezoek aan de raadsvrouw op grond van artikel 591a, eerste lid Sv voor vergoeding in aanmerking komen nu deze kosten niet zijn gemaakt ‘ten behoeve van het onderzoek en de behandeling der zaak’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht - anders dan de rechtbank - wel gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding van € 280,00 voor het indienen van het verzoekschrift, alsmede € 280,00 voor de behandeling van het hoger beroep. Het hof ziet geen aanleiding af te wijken van de  voor de rekestenprocedures forfaitair afgesproken bedragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beschikking waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 584,14 (vijfhonderdvierentachtig euro en 14 cent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, V. Mul en A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 6 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste raadsheer beveelt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 584,14 (vijfhonderdvierentachtig euro en 14 cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Amsterdam, 6 april 2018,</para>
      <para>mr. V. Mul, oudste raadsheer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>