<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2018:1074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-10T16:08:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000324-17.a</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1074">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:1074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-10T16:08:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1074 Gerechtshof Amsterdam , 30-03-2018 / 23-000324-17.a</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1074:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met aanvulling en verbetering van gronden, met uitzondering van de straf. De verdachte wordt wegens fietsendiefstal en winkeldiefstal veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2018:1074:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>parketnummer: 23-000324-17 </para>
      <para>datum uitspraak: 30 maart 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERSTEK </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-226185-16 tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, </para>
      <para>thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>laatst bekende adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek van de zaak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Vonnis waarvan beroep</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom – met aanvulling en verbetering van gronden als hierna te melden – bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>Aanvulling en verbetering van gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling en verbetering van gronden aanbrengt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Verbetering van gronden: de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">I.	Een proces-verbaal (p. 16 e.v.) van aangifte met bijlage goederen. Dit proces-verbaal houdt </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">– zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 28 oktober 2015 door aangever [naam] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1] afgelegde verklaring:  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 26 oktober 2015 omstreeks 10:30 uur heb ik mijn fiets geplaatst tussen de hoofdingang van het Dalton College te Alkmaar en de fietsenstalling aangrenzend aan het sportcomplex. Toen ik omstreeks 16:30 uur de genoemde fiets wilde gebruiken, zag ik dat de fiets door onbekende(n) was weggenomen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Aanvulling van gronden: de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">III.A. 	Een proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie eenheid Noord-Holland, district Noord-Holland-Noord, basisteam Alkmaar, met proces-verbaalnummer PL1100-2016245994-14, d.d. 5 november 2016. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">als de op 5 november 2016 tegenover de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] afgelegde verklaring van de verdachte (pag. 27-32, meer in het bijzonder pag. 30):</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking: Ik (het hof begrijpt: verbalisant) laat een foto zien waar verdachte is afgebeeld op de gestolen fiets. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Verdachte: Dat ben ik.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">III.B.	Een geschrift, zijnde een foto met de tekst: ‘getoond in verhoor’ (pag. 56). </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week, met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een fietsdiefstal en een winkeldiefstal. Diefstallen zijn ergerlijke feiten, die ongemak en financiële schade opleveren voor de eigenaren. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 maart 2018 is hij eerder ter zake van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten, onherroepelijk veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal ziet het hof af van het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf, nu dat naar het oordeel van het hof, gelet op de huisvestingssituatie van de verdachte, geen passende strafrechtelijke reactie op zijn handelen vormt. Voor het opleggen van een geldboete of een taakstraf ziet het hof geen aanleiding, gelet op hetgeen bekend is geworden over zijn persoonlijke omstandigheden. Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. N.A. Schimmel en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>