<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2017:5180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-20T11:39:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000496-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:5180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:5180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-20T11:38:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2017:5180 Gerechtshof Amsterdam , 27-11-2017 / 23-000496-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2017:5180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hennepkwekerij in loods. Het hof kan niet uitsluiten dat misbruik is gemaakt van de identiteit van de verdachte. Geen concrete aanknopingspunten dat de verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de hennepkwekerij. Vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2017:5180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000496-17 </para>
    <para>datum uitspraak: 27 november 2017 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2017 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>13-219866-15 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], </para>
    <para>adres: [adres 1].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">1:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 8 januari 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een opslagplaats aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 611, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">2:</emphasis>
        <?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 8 januari 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit (19.259 kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door één of meer zegel(s) en/of het deksel van de hoofdaansluitkast van de elektriciteitsinstallatie te verbreken en/of verwijderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van het openbaar ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politie heeft op 8 januari 2014 in een loods aan de [adres 2] te Amsterdam een hennepkwekerij aangetroffen. Voorop moet worden gesteld dat er geen bewijsmiddelen voorhanden zijn op grond waarvan feitelijk handelen van de verdachte met betrekking tot de hennepkwekerij kan worden aangenomen. De schakel tussen de loods waarin die kwekerij is aangetroffen en de verdachte wordt in de kern gevormd door een schriftelijke huurovereenkomst, waarin de verdachte als huurder en [naam 1] als verhuurder van de loods is aangewezen. De verdachte heeft stellig ontkend dat hij het is geweest die de overeenkomst heeft getekend, dat hij de loods heeft gehuurd, en overigens dat hij enige betrokkenheid bij de loods en de daarin ontplooide activiteiten heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan niet uitsluiten dat misbruik is gemaakt van de (identiteit van de) verdachte. </para>
      <para>Volgens zijn verklaring heeft de verdachte een zekere [naam 2], zijnde een vriend van [naam 1], door tussenkomst van laatstgenoemde bijgestaan bij het oprichten van een bedrijf. De verdachte is analfabeet. Het door de verdachte in deze personen gestelde vertrouwen van de verdachte is beschaamd. Door blindelings te vertrouwen op de hulp van een ander bij het oprichten van zijn eigen bedrijf heeft weliswaar de verdachte zichzelf in een situatie gebracht waarin het mogelijk is dat misbruik van hem kon worden gemaakt, doch daarmee is het bewijs van verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde niet gegeven. Nu ook overigens het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting concrete aanknopingspunten biedt om aan te kunnen nemen dat de verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de hennepkwekerij, zal het hof hem daarvan vrijspreken. Daarmee is ook de vrijspraak van de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorwaardelijk verzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep voorwaardelijk verzocht – indien het hof niet tot vrijspraak van de verdachte zal beslissen – om [naam 1] en [naam 2] als getuigen te horen.</para>
      <para>Nu het hof de verdachte integraal zal vrijspreken is daardoor aan de aan het verzoek verbonden  voorwaarde niet voldaan zodat daarop niet hoeft te worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. R. Veldhuisen en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van T. van den Honert, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 november 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. R. Veldhuisen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>