<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2017:5138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-28T12:40:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHAMS:2017:5159</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.208.425/01 NOT</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:5138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:5138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-13T16:18:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2017:5138 Gerechtshof Amsterdam , 12-12-2017 / 200.208.425/01 NOT</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2017:5138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klacht tegen twee oud-notarissen. Klager stelt de integriteit van de oud-notarissen aan de orde. De kamer heeft klager in zijn klachten niet-ontvankelijk verklaard (vervaltermijn en geen redelijk belang). Het hof bevestigt de bestreden beslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2017:5138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing   </para>
    <para>___________________________________________________________________ _ _</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.208.425/01 NOT</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummers eerste aanleg	: SHE/2016/72 en SHE/2016/73</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 12 december 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] ,</para>
      <para>wonend te [plaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. mr. [naam] ,</para>
    <parablock>
      <para>oud-notaris te [plaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. mr. [naam] ,</para>
    <parablock>
      <para>oud-notaris te [plaats] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.C.J. Höfelt, advocaat te Amsterdam,</para>
      <para>geïntimeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant (hierna: klager) heeft op 1 februari 2017 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 16 januari 2017 (ECLI:NL:TNORSHE:2017:6). De kamer heeft in de bestreden beslissing (naar het hof begrijpt) klager in zijn klachten tegen geïntimeerden (hierna ook gezamenlijk: de notarissen) niet-ontvankelijk verklaard<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 21 februari 2017 heeft klager een aanvullend beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend. Diezelfde dag heeft klager nog drie aanvullende producties bij het hof ingediend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Mrs. [nr. 1] en [nr. 2] voornoemd hebben op 22 maart 2017 respectievelijk 3 april 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Op 9 augustus 2017 heeft het hof van klager aanvullende producties ontvangen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 september 2017. Klager en mr. [nr. 2] , vergezeld van zijn gemachtigde en zijn oud-compagnon mr. [naam] , zijn verschenen. Klager en de gemachtigde van mr. [nr. 2] hebben het woord gevoerd, beiden aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. De gemachtigde van mr. [nr. 2] heeft bezwaar gemaakt tegen het ter zitting door klager gedane verzoek tot ‘het in het geding brengen’ van een aanvullend stuk (rapport ‘ [naam] van het [naam ministerie] ). Het hof heeft dit stuk, dat niet tijdig in het geding is gebracht, niet in het dossier gevoegd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Stukken van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde dossierstukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <para>De gemeente [plaats] (hierna: de gemeente) en [naam stichting] (hierna: [Stichting Z] ) hebben in het verleden een overeenkomst gesloten in verband met de privatisering van stadion “ [naam] ” in [plaats] . Uit hoofde van die overeenkomst diende door de gemeente (onder meer) aan [Stichting Z] een recht van erfpacht te worden verleend op het terrein met opstallen, gelegen op sportcomplex [naam] in [plaats] . </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Op 10 november 1999 heeft mr. [nr. 2] een akte gepasseerd, waarbij voormeld</para>
          <para>recht van erfpacht is verleend en aanvaard. In die akte is bepaald dat de uitgifte in erfpacht geschiedt tegen betaling van een jaarlijkse canon van Hfl.100,-. Mr. [nr. 1] , destijds secretaris van [Stichting Z] , is aanwezig geweest bij het passeren van de akte. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <para>Mrs. [nr. 2] en [nr. 1] zijn 4 december 2003 respectievelijk 31 mei 2009 uit het ambt getreden.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.4.</nr>
        <para>Bij brief van 22 maart 2013 heeft [naam BV] een kopie van de akte van 10 november 1999 toegezonden aan klager. Klager heeft [Stichting Z] bij brief van 28 maart 2013 meegedeeld dat hij uit de notariële akte concludeert dat de gemeente staatssteun gaf aan [Stichting Z] en dat hij de EU zou vragen daarnaar onderzoek in te stellen. </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt van klager</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager stelt dat – gelet op het in de akte van 10 november 1999 genoemde bedrag van slechts Hfl.100,- aan jaarlijkse canon – sprake is van verkapte staatssteun door de gemeente aan [Stichting Z] . De betrokkenheid van de notarissen bij deze gang van zaken getuigt volgens klager niet van de integriteit die men van een notaris mag verwachten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Standpunt van de notarissen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De notarissen hebben verweer gevoerd. Het standpunt van de notarissen wordt, voor zover relevant, hieronder besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De kamer heeft in de bestreden beslissing – kort samengevat – geoordeeld dat (klager in) de klacht niet-ontvankelijk is, omdat de vervaltermijn ex artikel 99 lid 15 van de Wet op het notarisambt (oud) op het moment van indiening van de klacht was verstreken en klager bovendien geen belanghebbende is in de zin van artikel 99, lid 1 Wna. Het hof verenigt zich met dit oordeel van de kamer en de daaraan ten grondslag liggende motivering. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die tot een ander oordeel moeten leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof bevestigt de bestreden beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, A.C. Faber en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2017 door de rolraadsheer.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>