<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2017:4580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-17T10:42:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003419-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4580">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-17T10:42:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2017:4580 Gerechtshof Amsterdam , 08-11-2017 / 23-003419-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2017:4580:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffing van de schorsing van de vh na veroordelend vonnis gerechtvaardigd, gelet op de ernst van de feiten en gronden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2017:4580:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>23-003419-17	</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">	GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">	 MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis> op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],</para>
    <para>
      [adres],</para>
    <para>	thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De feiten en de rechtsgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de </para>
      <para>voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van </para>
      <para>21 september 2017. De rechtbank heeft bij dit vonnis de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 8 november 2017 gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman, mr. E.G.S. Roethof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft het verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder verwijzing naar het arrest van het hof in de Klimop-zaak (bouwfraude, ECLI:NL:GHAMS:2015:635) toegelicht en – kort gezegd – betoogd dat de enkele veroordeling van cliënt onvoldoende is voor de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen schorsing van de voorlopige hechtenis.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <para>Gelet op het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2017, waarbij de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest, is sprake van ernstige bezwaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gewelddadige beroving van een taxichauffeur en een gewapende woningoverval. Gelet hierop en gezien de justitiële documentatie van de verdachte acht het hof de zogenoemde 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) en recidivegevaar aanwezig. In zoverre onderscheidt deze zaak zich van de door de raadsman genoemde zaak. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat de in deze te verrichten belangenafweging in het nadeel van de verdachte uitvalt. Het hof sluit zich op dit punt aan bij de navolgende overweging van de rechtbank in de beschikking tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte van 21 september 2017: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>23-003419-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">De rechtbank acht nog altijd ernstige bezwaren en gronden aanwezig voor de voorlopige hechtenis. Ook op 1 december 2016 was dit het geval. Een afweging van de belangen van de maatschappij tegenover die van verdachte leidde er toen echter toe </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat de voorlopige hechtenis moest worden geschorst, omdat er nog geen datum bekend was waarop de inhoudelijke behandeling van de zaak zou plaatsvinden. Die situatie is nu niet langer aan de orde. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden en verdachte is bij vonnis van heden schuldig bevonden aan zeer ernstige strafbare feiten. Een hernieuwde afweging van de belangen van de maatschappij en verdachte leidt tot de conclusie dat de belangen van de maatschappij bij de detentie van verdachte nu zwaarder moeten wegen dan de belangen van verdachte en dat de schorsing van de voorlopige hechtenis daarom moet worden opgeheven.” </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 8 november 2017 in raadkamer van dit hof door</para>
      <para>mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.M.H.P. Houben en A.M. Kengen raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.</para>
      <para>Amsterdam, 8 november 2017,</para>
      <para>de advocaat-generaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>