<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2017:4555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-16T14:39:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002025-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-16T14:39:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2017:4555 Gerechtshof Amsterdam , 29-05-2017 / 23-002025-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2017:4555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis rechtbank met nadere motivering 'poging afpersing' en nadere strafmotivering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2017:4555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002025-16 </para>
    <para>datum uitspraak: 29 mei 2017 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-650044-15 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960, </para>
    <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de in hoger beroep gevoerde verweren bespreekt. Voorts heeft het hof mede acht geslagen op de verdachte betreffende Justitiële Documentatie van 2 mei 2017 en heeft het hof zich bij de straftoemeting rekenschap gegeven van het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van in hoger beroep gevoerde verweren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de primair ten laste gelegde poging tot afpersing </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat vrijspraak dient te volgen van het primair ten laste gelegde, omdat het enkele vastpakken bij de jas en het meelopen met aangever [naam] onvoldoende bewijs oplevert om van poging tot afpersing te kunnen spreken en dat meer dan die handelingen niet kan worden vastgesteld anders dan op de enkele – en derhalve ontoereikende – verklaring van aangever [naam]. Tevens heeft de raadsman in dit verband bepleit dat er meerdere contra-indicaties zijn voor een voornemen om [naam] af te persen. Daarbij heeft de raadsman ten eerste gewezen op het feit dat de verdachte vaker bedelt zonder dat blijkt van enige dreiging of geweld en past de tenlastegelegde afpersing niet bij hetgeen overigens uit zijn strafblad blijkt. Ten tweede heeft de medewerker van de Burger King verklaard met betrekking tot de verdachte dat hij heeft ‘geslagen’ in plaats van over ‘beroven’ en tot slot is de verdachte direct na de klap juist zonder buit weggelopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para>Het hof ziet onvoldoende reden om te twijfelen aan de aangifte van [naam], die niet alleen inhoudt dat de verdachte “geef mij geld” tegen hem heeft gezegd, maar ook dat de verdachte hem in zijn linker jaszak heeft gegrepen en dermate stevig heeft vastgepakt dat aangever zich niet (naar het hof begrijpt: in de door aangever gewenste richting) kon voortbewegen. Een zodanige handelwijze past niet bij louter bedelen. De aangifte wordt voldoende ondersteund door de camerabeelden om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Naar het oordeel van het hof volgt aldus uit de inhoud van de bewijsmiddelen dat de verdachte met geweld heeft gepoogd [naam] te dwingen tot het afgeven van geld. De contra-indicaties zoals aangevoerd door de raadsman zijn, ook in onderlinge samenhang bezien, niet van een aard en een gewicht dat zij aan deze vaststellingen afbreuk doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de strafmaat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf te hoog is gelet op de strafoplegging en de ernst van de feiten in een soortgelijk geval. De raadsman heeft hierbij verwezen naar een arrest van dit gerechtshof (gerechtshof Amsterdam 5 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4247). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para>De verdachte heeft niet alleen getracht het slachtoffer, die nietsvermoedend op straat liep, af te persen, maar hij heeft, nadat het slachtoffer niet tot afgifte van enig geldbedrag is overgegaan, het slachtoffer een klap op zijn oog gegeven. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 mei 2017 is hij eerder ter zake van strafbare feiten, waaronder ook enkele feiten waarbij geweld is gebruikt, onherroepelijk veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan, waaronder in het bijzonder ook de klap die de verdachte aan het slachtoffer heeft gegeven, acht het hof de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf passend en geboden. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman; de situatie in het door de raadsman genoemde arrest verschilt - met name ook vanwege de vuistslag - van de onderhavige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.J.A. Duker en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker en I.N. van Soest, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 mei 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>