<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2017:4396</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-07T09:05:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000430-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4396">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4396</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-07T09:03:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2017:4396 Gerechtshof Amsterdam , 31-10-2017 / 23-000430-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2017:4396:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vernietiging. Zakkenrollerij. Bewijsoverweging medeplegen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2017:4396:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000430-17 </para>
    <para>datum uitspraak: 31 oktober 2017 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-701081-17 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te Onbekend (Land onbekend) op [geboortedag] 1991, </para>
    <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>17 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair:<?linebreak?>hij op of omstreeks 14 januari 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s); </para>
      <para>
        <?linebreak?>subsidiair:<?linebreak?>[medeverdachte 1] op of omstreeks 14 januari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en / of zijn mededader(s) en / of aan verdachte, tot en / of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 januari 2017 te Amsterdam en / of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft verschaft en / of opzettelijk behulpzaam is geweest door tezamen met die [medeverdachte 1] en/of die andere dader(s) die [slachtoffer] als een potentieel slachtoffer van dat misdrijf te identificeren en/of in te sluiten en/of voor omstanders af te schermen en/of door op de uitkijk te staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) bij mogelijk onraad te waarschuwen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van een ter terechtzitting gevoerd verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte niet wist dat medeverdachte [medeverdachte 1] diefstallen wilde plegen, zodat geen sprake kan zijn geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten. Tevens heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende steun biedt om tot een bewezenverklaring te komen van medeplichtigheid aan hetgeen ten laste is gelegd. Derhalve dient de verdachte te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Camerabeelden </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 14 januari 2017 was verbalisant [verbalisant 1] omstreeks 01:38 belast met cameratoezicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij heeft gedurende enige tijd de verdachte en diens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met behulp van toezichtcamera’s geobserveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Waarnemingen hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft ter terechtzitting van 17 oktober 2017 waarnemingen gedaan met betrekking tot de beelden die op 14 januari 2017 door toezichtcamera’s in Amsterdam zijn gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij is onder meer, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, het volgende waargenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:37:04 uur</emphasis>
      </para>
      <para>Drie mannen staan op een rij. Links staat [medeverdachte 2], volgens de beschrijving in het dossier en zijn raadsvrouw herkenbaar aan zijn zwarte pet met daarover een capuchon. [verdachte] staat in het midden (<emphasis role="italic">hij draagt een geruite bontmuts met oorflappen</emphasis>). Rechts staat [medeverdachte 1], <emphasis role="italic">die een pet draagt</emphasis>.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:37:10</emphasis>
      </para>
      <para>De drie mannen lopen gezamenlijk op.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:37:18</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 2] en [verdachte] draaien zich om.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:37:20</emphasis>
      </para>
      <para>Alle drie de mannen zijn weer in beeld. Links in beeld staat [medeverdachte 1], hij staat stil. [verdachte] kijkt in de richting van [medeverdachte 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:37:59</emphasis>
      </para>
      <para>De drie mannen staan vlak bij elkaar. [medeverdachte 2] staat met een telefoon, waarvan het scherm oplicht, in zijn hand tegenover [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] en [verdachte] lijken met elkaar in gesprek te zijn.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:38:30</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] loopt een steeg in en spreekt een man met een fiets aan. Hij geeft die man een hand, plaatst zijn rechterbeen tussen de benen van de man en lijkt een beweging te maken bij de linkerheup van de man.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:38:57</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] loopt eerst weg. Hij loopt terug richting de man met de fiets.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:38:59</emphasis>
      </para>
      <para>
        [verdachte] loopt het beeld binnen en gaat naast de man met de fiets staan.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:39:00</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 2] loopt het beeld binnen en staat met een telefoon in zijn hand. De drie mannen lopen gezamenlijk dezelfde richting uit. Behalve de drie mannen is er niemand in de steeg te zien, zij communiceren kennelijk met elkaar.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1:39:09</emphasis>
      </para>
      <para>De drie mannen lopen op korte afstand achter elkaar de steeg in. In die steeg lopen zij dezelfde richting uit.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:13:43 uur</emphasis>
      </para>
      <para>Links in beeld staan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naast elkaar op de stoep, met hun ruggen tegen een hek voor de gevel. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kijken beiden naar links.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:13:55</emphasis>
      </para>
      <para>Vanuit de richting waar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar kijken, loopt [verdachte] links het beeld binnen.</para>
      <para>Boven in beeld, ongeveer op gelijke hoogte met [verdachte], loopt een man met kaal hoofd midden op de rijbaan. Hij draagt een spijkerbroek (<emphasis role="italic">hij is het latere slachtoffer</emphasis>).</para>
      <para>
        [medeverdachte 2] loopt rechtsvoor in beeld, [medeverdachte 1] loopt achter hem. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:13:58</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] lijkt met gebaren contact te zoeken met de man met de spijkerbroek.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:02</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] loopt samen op met [verdachte] en de man met de spijkerbroek. Kort daarvoor liep [medeverdachte 2] voor het drietal, hij is nu niet meer in beeld.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:06</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lopen dicht naast elkaar, links naast hen loopt de man met de spijkerbroek in dezelfde richting.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:10</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lopen schuin naast elkaar. Enkele meters daarachter loopt [verdachte].</para>
      <para>De man met de spijkerbroek loopt min of meer naast de drie mannen, iets achter [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en iets voor [verdachte]. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:12</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] bevindt zich voor de man met de spijkerbroek en kijkt achterom in diens richting.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:14</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 2] kijkt ook achterom op het moment waarop hij de man in de spijkerbroek passeert. De petten en neuzen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wijzen dezelfde kant op. [verdachte] kijkt voor zich uit.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:15</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] zoekt contact met de man met de spijkerbroek. Op dat moment bevindt [verdachte] zich naast [medeverdachte 1] en die man. [verdachte] kijkt voor zich.  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:19</emphasis>
      </para>
      <para>De man met de spijkerbroek lijkt [medeverdachte 1] een vuurtje te geven.</para>
      <para>
        [medeverdachte 1] geeft de man met de spijkerbroek een hand en lijkt de man om te draaien. Terwijl [medeverdachte 1] de hand van de man met de spijkerbroek schudt, plaatst hij zijn linkerbeen tussen de benen van de man en gaat hij met zijn linkerhand naar de rechter kontzak aan de achterzijde van de man.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:22 </emphasis>
      </para>
      <para>Terwijl [medeverdachte 1] naast de man staat, zoals eerder beschreven, lopen [verdachte] en [medeverdachte 2] door.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:28</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] loopt een stukje mee met de man met de spijkerbroek. Daarbij houdt hij zijn linkerarm op de rug van die man. Te zien is dat [medeverdachte 1] iets in zijn linkerhand houdt. Dit lijkt hetzelfde voorwerp te zijn als hetgeen hij kort daarvoor uit de broekzak van de man met de spijkerbroek heeft gepakt.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:29</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] laat de man met de spijkerbroek los en lijkt iets in zijn jaszak te doen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:33</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 2] en [verdachte] bevinden zich tussen [medeverdachte 1] en de man met de spijkerbroek en staan met hun rug naar de gevel. </para>
      <para>De man met de spijkerbroek loopt in de richting van de gevel en verdwijnt uit beeld. Op grond van wat wij zien aan zijn gedrag kan niet worden afgeleid dat hij heeft gemerkt dat hij zojuist bestolen is.</para>
      <para>
        [medeverdachte 1] draait zich om, weg van die man, doet zijn pet af en lijkt iets in zijn pet te doen. [medeverdachte 2] en [verdachte] lopen dicht naast elkaar op de stoep en lopen min of meer tegelijkertijd met [medeverdachte 1] terug in dezelfde richting als [medeverdachte 1], dat is de richting waarin de drie mannen eerder vandaan kwamen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2:14:37</emphasis>
      </para>
      <para>
        [verdachte] en [medeverdachte 2] lopen achter [medeverdachte 1] aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Modus operandi</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hun proces-verbaal van bevindingen van 14 januari 2017 beschrijven de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een specifieke modus operandi van zakkenrollen als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de nachtelijke uren in het weekeinde is er de laatste maanden een grote groep jongens actief met zakkenrollen in het wallengebied. Zij zakkenrollen middels een vrij specifieke Modus Operandi. Zij rollen middels de zogenaamde voetbaltruc. Zij spreken op straat mannen aan welke soms duidelijk onder invloed van alcoholische drank zijn. Zij leggen contact door een vuurtje te vragen of een door high five te doen. Indien het slachtoffer hierop in gaat dan houdt de verdachte de hand van het slachtoffer vast en trekt hem uit balans en plaatst zijn benen tussen de benen van het slachtoffer. Tegelijkertijd gaat de zakkenroller dan met zij andere hand in de kleding van het slachtoffer en rolt hem dan van zijn persoonlijke goederen. Doordat het bovenlichaam uit balans is en de verdachte met zijn benen tussen de benen van het slachtoffer beweegt heeft het slachtoffer vaak niet door dat hij gerold wordt. Er is vaak 1 die de truc daadwerkelijk uitvoert en anderen welke bij de zakkenroller zijn blijven vaak dicht in de buurt om indien mogelijk zich ermee te bemoeien als het slachtoffer toch wat doorheeft. Ook kunnen zij kijken of er politie in de buurt is of andere omstanders welke de truc mogelijk waarnemen. Wij zien dat ze echt als een groep opereren en precies weten wat hun handlanger doet.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt op grond van voorgaande feiten en omstandigheden, bezien in samenhang met de overige te bezigen bewijsmiddelen het volgende vast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De drie medeverdachten trokken gedurende enige tijd met elkaar op en stemden kennelijk ook (stilzwijgend) hun bewegingen op elkaar af. Zij opereerden als waren zij één organisme.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wijze waarop de medeverdachte [medeverdachte 1] een portemonnee wegnam van het slachtoffer [slachtoffer] vertoont grote gelijkenis met de door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] beschreven specifieke modus operandi van zakkenrollen door meerdere personen. Ook overigens vertonen de gedragingen van de verdachte en diens medeverdachten hiermee grote gelijkenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof trekt hieruit, anders dan de raadsman, de conclusie dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht dan ook het primair ten laste gelegde bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair:<?linebreak?>hij op 14 januari 2017 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud toebehorende aan </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <para>
        [slachtoffer].</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het primair bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan zakkenrollerij. Hij heeft met zijn mededaders op een systematische en berekende wijze de aangever [slachtoffer] zijn portemonnee afhandig gemaakt. Zakkenrollerij is een zeer ergerlijk feit, dat voor de betrokken persoon hinder en schade oplevert. Naast schade en ongemak voor gedupeerden veroorzaakt zakkenrollerij gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van aangever. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 oktober 2017 is hij eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit wettelijk voorschrift wordt toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">8 (acht) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>L. Bähr, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>31 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.B. de Wit zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>