<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2017:3575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-21T11:54:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.130.108/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:3575">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:3575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-21T11:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2017:3575 Gerechtshof Amsterdam , 05-09-2017 / 200.130.108/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2017:3575:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbetering van arrest 27 juni 2017.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2017:3575:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer					: 200.130.108/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam	: 487657 / HA ZA 11-1106</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 september 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emperica Marketing (PTY) Ltd</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Johannesburg (Zuid-Afrika),</para>
      <para>principaal appellante,</para>
      <para>tevens incidenteel geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Sikkelbroeck te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Starbucks Coffee Emea B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>principaal geïntimeerde,</para>
      <para>tevens incidenteel appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Bedaux te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Emperica en Starbucks genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in deze zaak op 27 juni 2017 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht van 5 juli 2017 heeft mr. Stikkelbroek zich namens Emperica op het standpunt gesteld dat het arrest wat de proceskostenveroordelingen betreft kennelijke fouten bevat en herstel daarvan verzocht. Bij faxbericht van 2 augustus 2017 heeft mr. Bedaux namens Starbucks gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide partijen verzoeken om correctie van de proceskostenveroordelingen. Met partijen concludeert het hof dat de proceskostenveroordelingen berusten op enkele kennelijke fouten die zich lenen voor herstel, en wel als volgt.</para>
      <para>In principaal hoger beroep is Emperica veroordeeld in de proceskosten. Op basis van drie punten (een punt voor de memorie van antwoord en twee punten voor pleidooi; waarde per salarispunt € 4.580,-) worden de advocaatkosten van Starbucks in principaal hoger beroep begroot op € 13.740,-. Wat het incident betreft doet de omstandigheid dat Emperica gedurende het incident is herleefd niet af aan het feit dat Starbucks in het ongelijk is gesteld zodat de veroordeling van Starbucks in de proceskosten niet berust op een kennelijke fout. Op basis van het maximale aantal van drie punten in incident en een waarde per salarispunt van € 894,- worden de advocaatkosten van Emperica in incident begroot op € 2.682,-. In incidenteel hoger beroep is Starbucks veroordeeld in de proceskosten. Op basis van drie punten (een punt voor de memorie van antwoord en twee punten voor pleidooi; waarde per salarispunt € 4.580/2 = € 2.290) worden de advocaatkosten aan de zijde van Emperica begroot op € 6.870,-.</para>
      <para>Voor zover de proceskostenveroordelingen in het arrest anders luiden, berusten zij op een kennelijke fout en zal het hof deze verbeteren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbetert het in deze zaak op 27 juni 2017 uitgesproken arrest aldus dat de proceskostenveroordelingen (tweede, derde en vierde alinea’s van het dictum) luiden als volgt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Emperica in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Starbucks begroot op € 4.961,- aan verschotten en € 13.740 (3 punten; waarde per salarispunt € 4.580,-) voor salaris en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Starbucks in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Emperica begroot op € 2.682,- voor salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Starbucks in de kosten van het geding in incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Emperica begroot op € 6.870,- voor salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de verbeteringen op de minuut van dat arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. Oranje, J.M. de Jongh en D. Knottenbelt en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 5 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>