<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:5195</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-09T08:42:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004818-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:5195">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:5195</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-09T08:40:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:5195 Gerechtshof Amsterdam , 08-12-2016 / 23-004818-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:5195:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugwijzing. Dagvaarding Pr nip. Ten onrechte na aanh Pr voor bep. tijd geen oproeping. In hb opnieuw nip en niet verschenen. 422a Sv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:5195:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>parketnummer: 23-004818-15 </para>
  <para>datum uitspraak: 8 december 2016 </para>
  <parablock>
    <para>VERSTEK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-659193-15 tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg hebben zittingen plaats gevonden op 15 oktober 2015 (regie) en 16 november 2015. </para>
      <para>Tijdens beide zittingen is verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte. De rechtbank heeft de verdachte bij vonnis van 30 november 2015 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding voor de terechtzitting van 15 oktober 2015 is uitgereikt aan een huisgenoot en deze is dus niet in persoon betekend. Op die terechtzitting is het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst tot de terechtzitting van 16 november 2015 om 11.30 uur. In het dossier bevindt zich een afschrift van de oproeping voor deze zitting, maar geen akte van uitreiking. Uit het dossier blijkt evenmin dat de verdachte op andere wijze tevoren van de zitting van 16 november 2015 op de hoogte is geraakt. Het hof kan dus niet vaststellen dat de verdachte rechtsgeldig voor die zitting is opgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank de oproeping voor de zitting van 16 november 2015 nietig had behoren te verklaren. Op de terechtzitting in hoger beroep is de verdachte opnieuw niet verschenen. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep is niet in persoon uitgereikt, terwijl zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. De zaak moet daarom ingevolge het bepaalde in artikel 422a, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden teruggewezen naar de rechtbank Amsterdam.</para>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. W.M.C. Tilleman en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 december 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>