<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:4676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-21T10:05:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002293-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:4676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:4676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-21T10:04:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:4676 Gerechtshof Amsterdam , 18-11-2016 / 23-002293-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:4676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poging tot oplichting. Bevestiging van vonnis rechtbank. Geen begin van aannemelijkheid voor alternatief scenario. Lange duur van de procedure leidt niet tot strafvermindering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:4676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>parketnummer: 23-002293-14 </para>
    <para>datum uitspraak: 18 november 2016 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 mei 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-136961-13 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag] 1986, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof respondeert op een in hoger beroep gevoerd verweer en de strafoplegging nader motiveert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van de in hoger beroep gevoerde verweren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden uitgesloten dat iemand anders zijn identiteit en handtekening heeft gebruikt om de lening aan te vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is door de raadsvrouw een alternatief scenario geschetst waarvoor geen begin van aannemelijkheid bestaat. Het pleidooi van de raadsvrouw en de aan de pleitnotities gehechte producties zien slechts op algemeenheden en bevatten geen enkele concrete aanwijzing die ziet op het specifieke geval van de verdachte. Nu dit alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden, wordt het terzijde geschoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Nadere motivering van de straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gesteld dat de redelijke termijn is overschreden in hoger beroep en eist daarom een lagere straf dan door de rechtbank is opgelegd, te weten een werkstraf voor de duur van 40 uren, bij niet voldoen te vervangen door 20 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met de door de rechtbank opgelegde straf, te weten een taakstraf voor de duur van 60 uren, op grond van de door de rechtbank genoemde omstandigheden. De lange duur van de procedure in hoger beroep is goeddeels te wijten aan de verdediging. Het door de verdediging verzochte handtekeningenonderzoek werd vertraagd doordat de verdachte meermalen niet kwam opdagen bij afspraken om referentie-handtekeningen te zetten. Het hof ziet dan ook, mede gelet op de ernst van het feit, geen aanleiding de straf te matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M.L. Leenaers en mr. C.M.M. Oostdam, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 november 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. C.M.M. Oostdam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>