<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:3152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-03T14:49:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000095-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:3152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:3152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-03T14:48:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:3152 Gerechtshof Amsterdam , 29-07-2016 / 23-000095-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:3152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>profijtontneming. Op grond van de aangetroffen situatie in de hennepkwekerij is aannemelijk dat één oogst heeft plaatsgevonden, waaruit de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Aftrek van de vordering van Liander slechts voor het deel van de kosten die in directe relatie staan tot de gerealiseerde oogst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:3152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 23-000095-16 </para>
      <para>datum uitspraak: 29 juli 2016 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2015 op de vordering van het Openbaar Ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer </para>
      <para>13-193402-12 tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1972, </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 27.302,16.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2015 veroordeeld ter zake van - kort gezegd - het telen van hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 21 augustus 2015 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 27.302,16 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen en heeft het hoger beroep in de strafzaak op 29 augustus 2013 ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>15 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 27.531,29 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat aannemelijk is dat er eenmaal is geoogst, maar dat deze oogst niet meer heeft opgebracht dan de kwekerij heeft gekost. Onvoldoende aannemelijk is dat de veroordeelde - na aftrek van kosten - daarmee winst heeft gegenereerd. De veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij één oogst heeft gerealiseerd, maar dat deze oogst gedeeltelijk is mislukt en daardoor slechts een paar duizend euro heeft opgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is aannemelijk dat er één oogst heeft plaatsgevonden. Dit oordeel is gegrond op voormelde verklaring van de veroordeelde ter terechtzitting in hoger beroep en de aangetroffen situatie in de hennepkwekerij, in het bijzonder de vervuiling van het filterdoek op plaatsen anders dan onder de ketting waaraan het was opgehangen, en de omstandigheid dat op een veelvoud aan plaatsen in de hennepkwekerij (verdroogde) hennepresten en -afval is aangetroffen.<footnote-ref linkend="_3c75b6e8-740f-44b0-aa06-e9992c5fe9fe" /> De verdediging heeft ter staving van de bewering dat die oogst deels zou zijn mislukt en tot minder voordeel dan verwacht heeft geleid, geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht, of enig bescheid over gelegd, zodat die stelling niet aannemelijk is geworden. Aan het verweer van de raadsman zal dan ook voorbij worden gegaan. Het hof gaat uit van één geslaagde oogst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opbrengst</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof acht aannemelijk dat de veroordeelde uit de hennepteelt wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verworven. Zoals overwogen is het uitgangspunt voor de berekening van de schatting van het voordeelsbedrag dat de veroordeelde één oogst heeft gerealiseerd. Blijkens de ruimlijst hennep zijn 338 hennepplanten en bloempotten in beslag genomen, maar de verbalisanten die de kwekerij hebben aangetroffen, melden slechts 336 planten te hebben waargenomen.<footnote-ref linkend="_159b78fd-94bb-45ac-9c44-aff13bd62f9a" /> In het voordeel van de veroordeelde zal in de berekening van laatstgenoemde bevinding worden uitgegaan. De opbrengst per kilo hennep en, bij gebreke van concrete gegevens over de oppervlakte van de kwekerij, het aantal planten per m² baseert het hof op de algemene uitgangspunten die door het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie zijn opgesteld en vervat in het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” van 1 november 2010 (hierna: het BOOM-rapport).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>De gemaakte kosten voor de aanschaf van stekken ontleent het hof aan de inhoud van de verklaring van de veroordeelde bij de politie,<footnote-ref linkend="_8c6038ba-a8cf-4213-a993-b63204547ee7" /> nu die het hof niet onaannemelijk voorkomt. Ten aanzien van de stekken zal derhalve een bedrag ter hoogte van € 700,00 in mindering worden gebracht. Het hof zal voor het gestelde totaalbedrag aan investeringskosten, te weten € 3.000,00, uitgaande van een afschrijvingstermijn van vier jaren en vijf oogsten per jaar, als afschrijvingskosten op die investering </para>
      <para>( € 3.000,00 / 4 jaren / 5 oogsten =) € 150,00 in mindering brengen. De kosten die voorts voor vermindering in aanmerking komen, zijn de in directe relatie tot de hennepkwekerij staande elektriciteitskosten. Het netverlies van Liander is berekend over een totaal van 39 weken. Nu wordt uitgegaan van één gerealiseerde oogst en een kweekcyclus gemiddelde tien weken duurt, zal het wederrechtelijk verkregen vermogen worden verminderd met </para>
      <para>(€ 6.523,34 / 39 weken) x 10 weken = € 1.672,65. Als aftrekposten merkt het hof ten slotte aan de variabele kosten per plant en de kosten voor de aangetroffen Cannacutter (knipmachine), overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het BOOM-rapport is opgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De berekening wordt dan als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opbrengst</emphasis>
      </para>
      <para>336 planten x 28,2 gram = 9.475,2 gram. </para>
      <para>Bruto opbrengst: 9.475,2 gram x € 3,28 = <emphasis role="bold">€ 31.078,65</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Inkoopprijs stekken 			 	€     700,00</para>
      <para>Afschrijvingskosten (338 planten)		€     150,00 </para>
      <para>Elektriciteitskosten				€  1.672,65</para>
      <para>Variabele kosten (336 x € 3,33)			€  1.118,88</para>
      <para>Kosten Cannacutter één oogst			<emphasis role="underline">€        58,75  +</emphasis></para>
      <para>Totaal 						<emphasis role="bold">€   3.700,28</emphasis>  =</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel komt hiermee op:</para>
      <para>€ 31.078,65 - € 3.700,28 = (afgerond) <emphasis role="bold">€ 27.378,00</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verplichting tot betaling aan de Staat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 27.378,00</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijk wettelijk voorschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">27.378,00 (zevenentwintigduizend driehonderdachtenzeventig euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € <emphasis role="bold">27.378,00 (zevenentwintigduizend driehonderdachtenzeventig euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. J.D.L. Nuis en mr. C.M.M. Oostdam, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S.W.M. Stevens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>29 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mrs. Geelhoed en Oostdam zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3c75b6e8-740f-44b0-aa06-e9992c5fe9fe" label="1">
    <para> Bijlage “Aangetroffen feiten en omstandigheden die wijzen op meerdere oogsten”, behorend bij de aangifte van </para>
    <para>
      [naam 1], namens Liander N.V., van 19 april 2012, doorgenummerde dossierpagina 58.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_159b78fd-94bb-45ac-9c44-aff13bd62f9a" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL132E 2012091762-6, op 12 april 2012 opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 2], doorgenummerde dossierpagina 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c6038ba-a8cf-4213-a993-b63204547ee7" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL132E 2012091762-10 van 12 april 2012, op 12 april 2012 opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [namen], doorgenummerde dossierpagina 14.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>