<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:1999</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-29T13:44:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.118.194/01 en 200.114.938/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1999">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1999</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-22T11:32:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:1999 Gerechtshof Amsterdam , 24-05-2016 / 200.118.194/01 en 200.114.938/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1999:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Na pleidooien is eerst enkele maanden later arrest gevraagd. Intussen zijn twee van de drie raadsheren ten voorstaan wie is gepleit, niet meer werkzaam bij het hof. Meervoudige comparitie. Zie ECLI:NL:GHAMS:2013:3507 en ECLI:NL:GHAMS:2014:3215 en ECLI:NL:GHAMS:2017:3852.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1999:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers			: 200.118.194/01 en 200.114.938/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Amsterdam	: 366351 / HA ZA 07-924</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 mei 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.118.194/01, inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DRIENERVELD ONROEREND GOED B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Enschede ,</para>
      <para>appellante in principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel appel,</para>
      <para>advocaat: mr. L.C.M. Berger te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> HDI GERLING VERZEKERINGEN N.V. ,</title>
    <para>gevestigd te Rotterdam ,</para>
    <bridgehead role="bold">2.	MAAS LLOYD SCHADEVERZEKERINGEN N.V. ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>als rechtsopvolger onder bijzondere titel van DELTA LLOYD </para>
      <para>	SCHADEVERZEKERING N.V .,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam ,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. 	REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V. ,</bridgehead>
    <para>gevestigd te Zoetermeer ,</para>
    <bridgehead role="bold">4.	AMLIN EUROPE N.V. ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>voorheen AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V. ,</para>
      <para>gevestigd te Amstelveen ,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">5.	NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	MAATSCHAPPIJ N.V. ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Den Haag ,</para>
      <para>geïntimeerden in principaal appel,</para>
      <para>appellanten in incidenteel appel, </para>
      <para>advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en zaaknummer: 200.114.938/01, inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> REMCO RUIMTEBOUW B.V. ,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Best ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. 	JANSSEN DE JONG GROEP B.V .,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Son ,</para>
      <para>appellanten in principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerden in incidenteel appel,</para>
      <para>advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DRIENERVELD ONROEREND GOED B.V. ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Enschede ,</para>
      <para>geïntimeerden in principaal appel,</para>
      <para>appellanten in incidenteel appel,</para>
      <para>advocaat: mr. L.C.M. Berger te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna (wederom) Drienerveld , de verzekeraars en Remco c.s. dan wel Remco en Janssen de Jong genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft op 19 maart 2013 een tussenarrest gewezen waarin beide zaken zijn gevoegd. Aangezien nadien in beide zaken  afzonderlijk processtukken zijn ingediend, zal het hof deze hierna per zaaknummer vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaaknummer 200.118.194/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft het hof op 29 juli 2014 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding wordt naar het tussenarrest verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- memorie van antwoord in het incidenteel appel, tevens akte overlegging producties in het principaal appel, tevens akte uitlating producties in het principaal appel zijdens Drienerveld ;</para>
      <para>-akte uitlating producties in principaal appel en incidenteel appel, tevens houdende overlegging productie zijdens de verzekeraars ;</para>
      <para>-antwoordakte uitlating producties in principaal en incidenteel appel zijdens Drienerveld .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaaknummer 200.114.938/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft het hof op 20 augustus 2013 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding wordt naar het tussenarrest verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-memorie van antwoord tevens houdende memorie van grieven in het incidenteel appel tevens houdende vermeerdering van eis, met producties zijdens Drienerveld ;</para>
      <para>-memorie van antwoord in (deels voorwaardelijk) incidenteel appel, met producties zijdens Remco c.s. ;</para>
      <para>-akte uitlating producties naar aanleiding van memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte overlegging producties in principaal en incidenteel appel zijdens Drienerveld ;</para>
      <para>-antwoordakte uitlating producties in principaal en incidenteel appel zijdens Remco c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in beide zaaknummers:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben hun zaken ter zitting van 8 december 2015 doen bepleiten, Drienerveld door mr. Berger voornoemd en mr. C.M. Reijnen, advocaat te  Amsterdam, de verzekeraars door mr. Rupert voornoemd en mr. M. Eijkelenboom, advocaat te Rotterdam en Remco c.s. door mr. J.P.F.W. van Eijck, advocaat te Eindhoven, ieder aan de hand van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd. Tevens hebben partijen nog producties in het geding gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens zijn beide zaken op verzoek van partijen een aantal maanden aangehouden om te bezien of in onderling overleg een minnelijke regeling zou kunnen worden getroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is in beide zaken arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De behandeling van het pleidooi op 8 december 2015 heeft plaatsgevonden ten overstaan van drie raadsheren, waarvan er twee inmiddels niet meer bij dit hof werkzaam zijn. Gelet op: </para>
      <para>- de rechtspraak van de Hoge Raad dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande behandeling in beginsel behoort te worden gegeven door de rechters ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing;</para>
      <para>- het aanbod van het hof tijdens de zitting van 8 december 2015 om het overleg tussen partijen en hun raadslieden over een minnelijke regeling onder leiding van een van de leden van het hof te laten plaatsvinden;</para>
      <para>ziet het hof aanleiding een meervoudige comparitie te gelasten. Tijdens die comparitie kunnen partijen hun standpunt desgewenst nogmaals – kort – mondeling toelichten en zal het hof een minnelijke regeling beproeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen, vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte en tot het geven van inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun raadslieden zullen verschijnen voor de meervoudige kamer van het hof, dat daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam op een nader te bepalen dag en uur;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen in onderling overleg, te coördineren door Drienerveld , binnen twee weken na heden, op de rol van 7 juni 2016 hun <emphasis role="bold underline">gezamenlijke</emphasis> verhinderdata en die van hun advocaten opgeven <emphasis role="bold underline">over de maanden juni tot en met september 2016</emphasis>, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. E.M. Polak, J.C. Toorman en L.R. van Harinxma thoe Slooten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>