<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:1895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-18T12:16:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004030-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1895">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-18T12:15:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:1895 Gerechtshof Amsterdam , 03-05-2016 / 23-004030-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1895:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkoop van drie bolletjes cocaïne.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1895:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 23-004030-15 </para>
    <para>Datum uitspraak: 3 mei 2016 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VERSTEK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 13/741106-15 en 13/046330-12 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1980, </para>
    <para>thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Omvang van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is bij vonnis waarvan beroep veroordeeld voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij voormeld vonnis de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 19 juni 2012 (parketnummer 13/046330-12) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken gelast. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Op de terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2016 is de splitsing bevolen van de zaak betrekking hebbend op het onder 2 ten laste gelegde, van de zaak betrekking hebbend op het onder 1 ten laste gelegde en de vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling, nu dit in het belang van het onderzoek wordt geacht. Dit gelet op de aard van de ten aanzien van feit 2 te beantwoorden rechtsvraag en om vertraging in de afdoening van de overige zaken te voorkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoudelijke behandeling van de zaak met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde is aangehouden tot een nader te bepalen terechtzitting in hoger beroep. Deze zaak zal worden voortgezet onder parketnummer <emphasis role="bold">23-001502-16</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hierna volgende betreft dus uitsluitend het hierboven genoemde vonnis van de rechtbank voor zover dit betrekking heeft op het onder 1 ten laste gelegde feit en de vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover thans aan de orde is aan de verdachte ten laste gelegd dat:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 15 mei 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht of afgeleverd of verstrekt (aan [naam]) of vervoerd (ongeveer) drie, althans een of meer bolletjes cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds gelet op de hiervoor vermelde splitsing van de zaken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op 15 mei 2015 te Amsterdam opzettelijk heeft verkocht aan [naam] drie bolletjes van een materiaal bevattende cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkopen van drie bolletjes cocaïne. Handel in harddrugs – en als afgeleide het gebruik ervan – betekent een ernstige bedreiging van de volksgezondheid, brengt onrust voor de samenleving met zich, leidt veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit en is maatschappelijk gezien niet aanvaardbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 april 2016 blijkt dat hij de afgelopen vijf jaar niet onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten, hetgeen in zijn voordeel weegt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 19 juni 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in deze strafzaak aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 19 juni 2012, parketnummer 13/046330-12, te weten: een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Oomkes, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>