<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:1326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:42:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.164.758/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/1104</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2016/106</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2016/782</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1326">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-18T15:11:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:1326 Gerechtshof Amsterdam , 08-03-2016 / 200.164.758/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1326:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging  van het onderzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1326:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="59b77de7-4b80-48b2-94e8-fab46f394f80" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.164.758/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 8 maart 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoeker 1] ,</title>
    <para>wonende te [....] , <?linebreak?></para>
    <para>(2. 	<emphasis role="bold" />tot en met) 69. </para>
    <para />
    <para>69. <emphasis role="bold">[verzoeker 69]</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKERS</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: mr. M.H.J. van Rest, kantoorhoudende te 's-Gravenhage,</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>1. Phanos Reit N.V.</title>
    <para>gevestigd te Houten</para>
  </section>
  <section>
    <title>2. Phanos Fund I N.V.</title>
    <para>gevestigd te Houten</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        <emphasis role="bold">3. Phanos Fund II N.V.</emphasis>
      </emphasis>
    </para>
    <para>gevestigd te Houten</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">VERWEERSTERS</emphasis>,</para>
    <para>advocaten: mr. J.H. Lemstra en mr. M.N. van Dam, beiden kantoorhoudende te Amsterdam</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1. <emphasis role="bold" /></emphasis>
      <emphasis role="bold">PHANOS FUND MANAGEMENT B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Houten,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. <emphasis role="bold" /></emphasis>
      <emphasis role="bold">
        [A]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [....] , </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDEN</emphasis>,</para>
    <para>advocaten: mr. J.H. Lemstra en mr. M.N. van Dam, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In het vervolg zal verweerster sub 1 met Phanos Reit worden aangeduid, verweerster sub 2 met Phanos Fund I en verweerster sub 3 met Phanos Fund II en verweersters gezamenlijk  met Phanos Reit c.s. Belanghebbenden zullen gezamenlijk worden aangeduid met Phanos Fund Management c.s.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 7 juli 2015 en 8 december 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 7 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer voor zover thans relevant een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Phanos Reit, Phanos Fund I en Phanos Fund II over de periode vanaf 25 september 2009, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot onderzoeker teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 30.000 (ex btw) en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Phanos Reit en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen. Bij beschikking van diezelfde dag is mr. E.L. Zetteler te Utrecht aangewezen als onderzoeker.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>In rechtsoverweging 3.6 van de beschikking van 8 december 2015 heeft de Ondernemingskamer geoordeeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Nu vaststaat dat Phanos Reit niet over middelen beschikt om het onderzoek te financieren, ligt het voor de hand om de procedure te beëindigen. Het daartoe strekkend verzoek van Phanos Reit c.s. en Phanos Fund Management c.s. zal echter worden afgewezen nu ter terechtzitting desgevraagd namens verzoekers naar voren is gebracht dat zij in geval van afwijzing van hun verzoek, zullen proberen op andere wijze te voorzien in de kosten van het onderzoek. De Ondernemingskamer zal hen daartoe in de gelegenheid stellen en hieraan een termijn verbinden van drie maanden na de datum van deze beschikking.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dictum van deze beschikking luidt (voor zover hier relevant) als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Stelt verzoekers in de gelegenheid binnen drie maanden na de datum van deze beschikking voor een bedrag van € 30.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, ten genoege van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid te stellen;”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij brief van 4 maart 2016 heeft mr. Van Rest namens verzoekers aan de Ondernemingskamer onder andere bericht “<emphasis role="italic">dat er op termijn voldoende fondsen (van de certificaathouders, eventueel in combinatie met Phanos REIT zelf dus) beschikbaar komen voor zekerheidstelling voor de kosten van het onderzoek</emphasis>” en dat ook “<emphasis role="italic">geldt dat het aantal certificaathouders dat bereid is het onderzoek voor te financieren ook kan stijgen wanneer blijkt dat de Hoge Raad Uw oordeel in de beschikking inzake Meavita (inhoudende dat ook de partij die belang had bij het voldoen van een deel van de onderzoekskosten het door haar betaalde op de voet van artikel 2:354 BW kan verhalen) sanctioneert</emphasis>.” Om die reden en gezien het feit dat er op dit moment geen verzoek tot beëindiging van de procedure aanhangig is, verzoeken verzoekers de Ondernemingskamer om de procedure voor een half jaar aan te houden, zodat na die termijn bezien kan worden of er inmiddels voldoende fondsen verzameld zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 7 maart 2016 heeft mr. Van Dam namens Phanos Reit c.s. aan de Ondernemingskamer onder andere bericht dat het verzoek van verzoekers moet worden afgewezen. Volgens Phanos Reit c.s. is er “g<emphasis role="italic">een enkel (reëel) uitzicht op de liquide middelen waarmee de onderzoekskosten kunnen worden voldaan. Bij gebreke daarvan verlangt de goede procesorde dat de enquêteprocedure wordt beëindigd, conform de beschikking van de Ondernemingskamer van 10 december 2015.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorzover de (automatische) beëindiging van de procedure niet reeds besloten lag in de beschikking van 10 december 2015, verzoek ik de Ondernemingskamer namens Phanos Reit c.s. en Phanos Fund Management c.s. om daartoe alsnog over te gaan. Over dit verzoek hebben partijen reeds debat gevoerd tijdens de mondelinge behandeling van 19 november 2015.</emphasis>"</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op (i) hetgeen bij de beschikking van 8 december 2015 is overwogen omtrent het reeds toen geconstateerde gebrek aan financiële middelen van Phanos Reit en over de gelegenheid die aan verzoekers is geboden om te voorzien in de kosten van het onderzoek, (ii) de mededelingen van mr. Van Rest in haar brief bedoeld onder 1.5 die er op neerkomen dat verzoekers thans nog steeds geen financiële middelen voor de kosten van het onderzoek ter beschikking hebben en dat concrete aanwijzingen dat in deze situatie op afzienbare termijn verandering zal komen ontbreken, en (iii) de mededeling van mr. Van Dam in zijn brief bedoeld onder 1.6 dat Phanos Reit c.s. geen enkel (reëel) uitzicht op liquide middelen heeft, stelt de Ondernemingskamer vast dat geen reëel uitzicht erop bestaat dat het bevolen onderzoek ook daadwerkelijk binnen een redelijke termijn na heden zal kunnen worden uitgevoerd en afgerond. Bij deze stand van zaken ziet de Ondernemingskamer geen grond voor toewijzing voor het verzoek van verzoekers en zal de Ondernemingskamer, mede nu partijen tijdens de mondelinge behandeling van 19 november 2015 over het verzoek van Phanos Reit c.s. en Phanos Fund Management c.s. om de procedure wegens een gebrek aan middelen voor het onderzoek te beëindigen reeds uitvoerig debat hebben gevoerd, het bevolen onderzoek beëindigen en wel per heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek van verzoekers af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 7 juli 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Phanos Reit N.V., Phanos Fund I B.V. en Phanos Fund II B.V.;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en G.A. Cremers en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 maart 2016</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>