<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:1200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:39:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.168.542/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2013-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/992</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2016/99</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1200">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-04T14:09:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:1200 Gerechtshof Amsterdam , 24-03-2016 / 200.168.542/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1200:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; enquêterecht; verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:1200:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="de42d210-1973-40fb-95d1-9f910c44f55f" depth="100" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.168.542/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
    </parablock>
    <para>(...)</para>
    <para>23. <emphasis role="bold">[verzoeker 23]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para />
      <para>wonende te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. P. Haas </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. B. Verkerk</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Rotterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de naamloze vennootschap</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">ROTTERDAMSE TAXI CENTRALE RTC N.V.</emphasis>,</para>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RTC FRANCHISE B.V.</emphasis>,</para>
      <para>beide gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. J.G. Princen </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. J.P.D. van de Klift</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>
      <emphasis role="bold">
        [belanghebbende 1]
      </emphasis>,</title>
    <para>wonende te [....] ,</para>
    <para>(...)</para>
    <para>60. <emphasis role="bold">[belanghebbende 60]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [....] ,</para>
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Partijen worden hierna verzoekers, RTC, RTC Franchise en belanghebbenden genoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 september 2015, 18 september 2015 en 2 december 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikking van 11 september 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise over de periode vanaf 1 januari 2009 en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 18 september 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. P.D. Olden (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker. Bij de beschikking van 2 december 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 60.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 10 maart 2016 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht om een tweede verhoging van het onderzoeksbudget met een bedrag van € 10.000 (ex BTW). De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze verhoging uit te laten. Van die gelegenheid hebben partijen geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verzoek van de onderzoeker maakt deel uit van een voortgangsrapportage, waarin hij verslag doet aan de Ondernemingskamer van de reeds door hem uitgevoerde werkzaamheden en een planning geeft van de nog uit te voeren werkzaamheden. Daarnaast maakt hij daarin melding van de uren die zijn besteed aan het onderzoek en het opstellen van het conceptonderzoeksverslag en van de gespecificeerde facturen die hij heeft verzonden. De onderzoeker geeft bovendien te kennen dat de verzochte (tweede) verhoging van het onderzoeksbudget gerechtvaardigd is gezien de omvang van het commentaar dat door partijen en andere betrokkenen is geleverd op het conceptonderzoeksverslag en het verwachte tijdsbeslag dat gemoeid zal zijn met het beoordelen en verwerken daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de kosten die hij nog verwacht te zullen moeten maken en de redenen voor verhoging van het budget voldoende toegelicht. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het verzoek van de onderzoeker dan ook toewijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 11 september 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V., beide gevestigd te Rotterdam, ten hoogste mag kosten tot € 70.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dienen te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en mr. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>