<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2016:100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-04T12:25:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.153.366/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:100">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-04T12:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2016:100 Gerechtshof Amsterdam , 19-01-2016 / 200.153.366/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2016:100:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg van tussenarrest 14 april 2015. Niet is komen vast te staan dat de schriftelijke opzegging de opdrachtneemster heeft bereikt. Bekrachtiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2016:100:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM                                        </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I AOF</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 				:  200.153.366 /01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland 	: 2147058 /CV EXPL 13-2732 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 januari 2016 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [APPELLANTE]
        </emphasis>, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van de meerderjarige <emphasis role="bold">[X]</emphasis>, voorheen handelende onder de naam C.H.I.N.-service te Heerhugowaard,</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROXIMEDIA NEDERLAND B.V.</emphasis>,</para>
      <para>tevens handelende onder de naam <emphasis role="bold">BeUp</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te IJsselstein,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. R.P. van der Vliet te Baarn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante en geïntimeerde worden hierna wederom respectievelijk [Y] en Proximedia genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft het hof op 14 april 2015 een tussenarrest uitgesproken. Voor het eerdere verloop van het geding wordt naar dit tussenarrest verwezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het tussenarrest is de zaak verwezen naar de rolzitting van 12 mei 2015 voor het nemen van een akte door [Y].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door [Y] is geen akte genomen. Voor deze proceshandeling is op de rol van 12 mei 2015 verval verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is wederom arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenarrest is [Y] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voor het eerst in hoger beroep door Proximedia gevoerde verweer dat zij, Proximedia, de brief van 6 januari 2013 niet had ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Onder 3.5.4. sub d heeft het hof overwogen dat indien niet komt vast te staan dat de brief van 6 januari 2013 Proximedia heeft bereikt, het hof het door de kantonrechter gewezen vonnis zal bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft geconstateerd dat op de rol van 12 mei 2015 conform het pilot procesreglement ambtshalve akte niet-dienen verleend. Uit de nadien gewezen rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het belang van het voorkomen van onredelijke vertraging van het geding moet worden afgewogen tegen de ernst van het verzuim en de gevolgen die strikte naleving van het reglement zal hebben voor de procesvoering van de partij die erdoor wordt getroffen. In een geval als het onderhavige dient die afweging  volgens de Hoge Raad zonder meer te leiden tot het verlenen van een (korte) termijn van veertien dagen om het verzuim te herstellen. Gelet daarop heeft het hof aanleiding gezien de op 12 mei 2015 gegeven beslissing te herzien. Via de griffie van het hof is [Y] bericht dat zij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld een akte te nemen. [Y] heeft vervolgens meegedeeld dat zij van deze mogelijkheid geen gebruik wenst te maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd, met veroordeling van [Y], als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, sector kanton, van 23 april 2014, met zaak-/rolnummer 2147058 /CV EXPL 13-2732;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [Y] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot heden aan de zijde van Proximedia begroot op € 704,- aan verschotten en op € 632,- aan salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest tot aan de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, D.J. Oranje en G.J. Visser en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>