<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2015:987</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:28:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.128.640/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2015-03-23">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2013/926</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2014/22</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2015/105</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2015-0187</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:987">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:987</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-03-30T13:35:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:987 Gerechtshof Amsterdam , 16-03-2015 / 200.128.640/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2015:987:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; Enquete; vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker op de voet van art. 2:350 lid 3 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2015:987:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para>________________________________________________________________</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.128.640/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 16 maart 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Michael David Ilhan VAN WAVEREN,</title>
    <para>	wonende te Rotterdam,</para>
    <para>2. <emphasis role="bold">Rowena Sharonna Alexia VAN WAVEREN</emphasis>,</para>
    <para>wonende te Amsterdam, </para>
    <para>3. <emphasis role="bold">Aysel ERBUDAK</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>handelend in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van <emphasis role="bold">Merdan Michael Tristan KOÇ</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Beverwijk, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mrs. G. te Winkel </emphasis>en<emphasis role="bold"> J.D. Kleyn</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">JEEMER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Velsen,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MEROMI HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Beverwijk,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. J.H. Lemstra</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n    t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DELTA ONROEREND GOED B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Beverwijk,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. M.W.E. Evers </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. S.M.A.M. Timmermans</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n    t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>W.J.M. SCHRAM, </title>
    <parablock>
      <para>wonende te Amsterdam,</para>
      <para>3. <emphasis role="bold">A.J.P. SCHRAM</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Beverwijk,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDEN,</emphasis>
      </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zullen in het navolgende als volgt worden aangeduid:</para>
        <para>- verzoekers met Van Waveren c.s.;</para>
        <para>- verweerster 1 met Jeemer;</para>
        <para>- verweerster 2 met Meromi.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 4 juli, 25 juli, 18 oktober, 25 oktober 2013, 25 maart en 28 maart 2014 (alle met zaaknummer 200.128.640/01 OK) en 11 december 2013 (met zaaknummer 200.128.640/02 OK) in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikking van 4 juli 2013 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - Van Waveren c.s. niet ontvankelijk verklaard in het verzoek tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Slotervaartziekenhuis B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij de beschikkingen van 18 en 25 oktober 2013 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Jeemer en Meromi over de periode vanaf 28 december 2012, mr. W.J.M. van Andel benoemd tot onderzoeker en bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 50.000 (exclusief BTW) mag kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij de beschikking van 25 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van de onderzoeker het onderzoeksbudget verhoogd tot € 75.000 (exclusief BTW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij de beschikking van 28 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag (met bijlage) van het in 1.4 hiervoor genoemde onderzoek ter inzage ligt voor een ieder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De onderzoeker heeft bij e-mail van 22 september 2014 aan de secretaris van de Ondernemingskamer bericht dat hij op 31 maart 2014 een declaratie ten bedrage van € 75.000 (exclusief BTW), voorzien van urenspecificatie, heeft gezonden aan Jeemer en Meromi. De declaratie en urenspecificatie zijn bij voormelde e-mail gevoegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij brief van 29 september 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen laten weten dat de Ondernemingskamer, op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW, de vergoeding van de onderzoeker zal bepalen, en hen bij die brief in de gelegenheid gesteld zich over de vergoeding van de onderzoeker uit te laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <para>Bij brief van 7 oktober 2014 van mr. Te Winkel hebben Van Waveren c.s. zich op het standpunt gesteld “dat niet de volledige declaratie van de onderzoeker op Meromi Holding B.V. en Jeemer B.V. verhaald kan worden”. Van de overige partijen is in dit verband niet vernomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De door de onderzoeker overgelegde urenspecificatie geeft inzicht in alle in het kader van het onderzoek verrichte werkzaamheden. De specificatie is uitgesplitst naar aard van de werkzaamheden, de persoon die het werk heeft verricht, de daarmee gemoeide tijd en kosten. Van Waveren c.s. heeft als bezwaar aangevoerd dat de onderzoeker zijn taak te buiten is gegaan door “uitgebreid de <emphasis role="italic">governance </emphasis>van het Slotervaart [te] gaan onderzoeken” en dat dat heeft geleid tot extra werk en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De Ondernemingskamer stelt voorop dat de onderzoeker in beginsel vrij is in de inrichting van het onderzoek en het verslag. Hetgeen Van Waveren c.s. heeft aangevoerd kan, gelet op het door de Ondernemingskamer in rechtsoverwegingen 3.8 tot en met 3.16 van de beschikking van 18 oktober 2013 afgebakende onderzoeksveld, niet leiden tot de conclusie dat de onderzoeker zijn taak te buiten is gegaan. Nu er geen verdere bezwaren zijn aangevoerd, de onderzoeker voldoende inzicht heeft verschaft in de verrichte werkzaamheden in het kader van het onderzoek en de daarbij behorende kosten, en de Ondernemingskamer het door de onderzoeker gedeclareerde bedrag ook niet onredelijk voorkomt, zal zij de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW bepalen als hierna te vermelden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 75.000 (exclusief BTW);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en <?linebreak?>mr. G.C. Makkink, raadsheren, en G.A. Cremers en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 16 maart 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>