<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2015:5808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-22T08:51:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751072-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:5808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:5808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-22T08:50:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:5808 Gerechtshof Amsterdam , 13-05-2015 / 13/751072-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2015:5808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 64 OLW. Schorsing overleveringsdetentie alleen mogelijk indien geen rechterlijke beslissing genomen. Geen dreigende schending van artikel 5 EVRM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2015:5808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>13/751072-15</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM,  </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis> in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">	[verdachte],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1983,</para>
    <para>	wonende te zonder bekende woon - of verblijfplaats hier te lande,</para>
    <para>	thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam, internationale rechtshulpkamer, van 23 april 2015, houdende bevel tot verlenging van zijn overleveringsdetentie en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De feiten en de rechtsgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 23 april 2015, waarbij namens de opgeëiste persoon hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.</para>
      <para>Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon en heeft gehoord de advocaat-generaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door diens raadsman mr. [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover het beroep is gericht tegen het bevel tot verlenging van zijn overleveringsdetentie overweegt het hof als volgt. </para>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 34 van de Overleveringswet (OLW), is het hof van oordeel dat de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu tegen een bevel tot (verlenging van de) gevangenhouding van een opgeëiste persoon geen hoger beroep openstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie overweegt het hof als volgt.</para>
      <para>Gelet op artikel 64 OLW is een schorsing van de overleveringsdetentie alleen mogelijk zolang er nog geen rechterlijke beslissing is genomen over het toestaan van de overlevering. Deze regel lijdt slechts uitzondering indien zich een exceptioneel geval voordoet, waarbij sprake is van een dreigende schending van de rechten gewaarborgd in artikel 5 EVRM. Het hof is van oordeel dat van een dergelijk geval in casu geen sprake is, mede gelet op de korte duur dat de opgeëiste persoon zich in Nederland in overleveringsdetentie heeft bevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>13/751072-15</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERKLAART de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de verlenging van de overleveringsdetentie;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST AF het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 13 mei 2015 in raadkamer van dit hof door</para>
      <para>mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.W.J. de Groot en J.W.H.G. Loyson, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de opgeëiste persoon.</para>
      <para>Amsterdam, 13 mei 2015,</para>
      <para>de advocaat-generaal</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>