<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2015:3979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T12:17:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003972-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3979">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-30T12:07:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:3979 Gerechtshof Amsterdam , 25-09-2015 / 23-003972-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2015:3979:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>witwassen; verklaringen omtrent herkomst geld hoogst onwaarschijnlijk; geen onderzoeksverplichting OM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2015:3979:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>parketnummer: 23-003972-10 </para>
    <para>datum uitspraak: 25 september 2015 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 17 september 2010 in de strafzaak onder parketnummer 15-800691-10 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1952, </para>
    <para>domicilie gekozen hebbend ten kantore van zijn raadsman aan de Baronielaan 95, 4818 PC Breda.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 maart 2013, 18 maart 2015 en 11 september 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de gemachtigde van de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 30 mei 2010, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een voorwerp, te weten een geldbedrag van 459.950,00 euro, althans enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om pragmatische redenen en omdat het hof tot een andere beslissing omtrent de op te leggen straf komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van bewijsverweren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verweer en reactie Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft in hoger beroep bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is niet aan de verdachte aannemelijk te maken dat het geld niet van misdrijf afkomstig is. Hij heeft bovendien een verklaring gegeven voor de herkomst van het bij hem aangetroffen geldbedrag. Hij heeft dit bij elkaar verdiend met zijn handel. Deze stelling is onderbouwd met verschillende documenten, die weliswaar in losse stukken zijn gepresenteerd omdat er niet één gehele boekhouding was, maar het geheel bewijst de handel die de verdachte dreef. In Zuid-Europa is het zeer gebruikelijk dat transacties in onroerend goed contant geschieden. De verdachte is niet op de hoogte geweest van het feit dat de douanepapieren vals waren. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten nader onderzoek te doen naar de  aldus verifieerbare verklaring van de verdachte, terwijl dat onder deze omstandigheden volgens vaste jurisprudentie wel op diens weg ligt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de verdachte aangeleverde informatie dusdanig wisselend was dat het niet mogelijk was daarnaar gericht onderzoek te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen en oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Toetsingskader</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het toetsingskader hanteren dat wordt toegepast ingeval van een tenlastelegging van witwassen, waarbij geen direct bewijs voor brondelicten aanwezig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan, in een geval zoals dat zich hier voordoet, witwassen bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het ligt op de weg van het Openbaar Ministerie  zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij toetsing door de zittingsrechter dienen daarbij de volgende stappen te worden doorlopen.</para>
      <para>Allereerst zal moeten worden vastgesteld of aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulk een geval zich voordoet mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Zo een verklaring dient te voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. </para>
      <para>Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Vermoeden van witwassen</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het lichaam van de verdachte zijn bij een veiligheidscontrole in een vertrekhal op Schiphol pakketjes met contant geld aangetroffen. Tijdens deze controle toonde de verdachte de controlerend ambtenaar een in het Spaans gestelde douaneverklaring met betrekking tot het vervoer van geld, dat betrekking had op een bedrag van 250.000 euro. Na telling bleek het bedrag dat de verdachte bij zich droeg echter  459.950,- euro te zijn. Uit onderzoek bleek voorts dat voornoemde douaneverklaring een vervalsing was.</para>
      <para>Aldus is zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Verklaring van de verdachte </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft verklaringen afgelegd omtrent de herkomst van het geld en documenten overgelegd die deze verklaringen zouden moeten onderbouwen. Het hof is echter van oordeel dat deze verklaringen op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk moeten worden aangemerkt. </para>
      <para>Genoemde verklaringen zijn wisselend en tegenstrijdig. De verdachte heeft gesteld dat het geld afkomstig was van de verkoop van bedrijven. Hij heeft daarbij echter steeds andere bedrijven genoemd, te weten een winkelketen, ijsbedrijfjes in Italië, een reisbureau, ijssalons in Spanje, een hotel, een ijsfabriek, het bedrijf [naam bedrijf 1] en de inventaris van een ijsfabriek. Uit de documenten die hij ter onderbouwing van zijn stellingen heeft overgelegd, volgt niet dat de verdachte ook maar enige onderneming heeft verkocht. Ter terechtzitting van 18 maart 2015 heeft het hof de verdachte een allerlaatste kans gegeven nadere stukken in het geding te brengen ten bewijze van zijn stelling, dat hij het bedrijf [naam bedrijf 1] heeft verkocht aan [naam bedrijf 2] . De verdachte heeft vervolgens een document overgelegd dat inhoudt dat hij op 15 december 2009 de inventaris van een ijsfabriek heeft verkocht aan [naam bedrijf 2] voor een bedrag van 500.000,-. Dit document kan niet als bevestiging van voornoemde stelling worden aangemerkt. De stelling van de raadsman, dat op een zo fiscaal gunstige manier één ijsfabriek met meerdere salons van de hand is gedaan, is niet onderbouwd en het hof laat deze dan ook buiten beschouwing. Voorts heeft het hof twijfels over de echtheid van dit document, onder meer nu het geen notariële akte betreft en in het document niet is vermeld in welke gemeente de ijsfabriek is gevestigd. Ten slotte overweegt het hof dat de verdachte nimmer enige verklaring heeft afgelegd waaruit concreet volgt waar, wanneer en van wie hij de meegevoerde bankbiljetten in handen heeft gekregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het onder de verdachte aangetroffen geld een legale herkomst had, acht het hof voorts nog het volgende van belang. </para>
      <para>De verdachte heeft omtrent de valse douaneverklaring verklaard dat hij deze aangifte had gedaan (dossierpagina 44), terwijl uit een ambtsbericht van de Spaanse autoriteiten blijkt dat deze verklaring een vervalsing betreft van een origineel document dat werd afgegeven op 26 juni 2007 op aangifte van [naam] . Deze verklaring van de verdachte is dan ook aantoonbaar in strijd met de waarheid. Daarnaast acht het hof bijzonder ongeloofwaardig de verklaring van de verdachte dat het geld niet uit Nederland kwam (dossierpagina 29), dat het van de mensen was aan wie hij bedrijven verkocht had (p. 48) en dat het door hem meegevoerde geldbedrag deels afkomstig was van door hem in Spanje in 2008 gewisselde Argentijnse valuta in euro’s die hij vervolgens in een kluis in zijn appartement (in Spanje) heeft bewaard. </para>
      <para>Uit gegevens van De Nederlandse Bank (DNB) is immers gebleken dat in de periode van 30 mei 2009 tot en met 20 mei 2010 309 van de 4197 inbeslaggenomen coupures een- of meermalen door DNB zijn gesorteerd. Een aantal van die coupures is nog in maart en april 2010 door DNB gesorteerd en heruitgegeven. Hoewel de verdachte hieromtrent uitleg is gevraagd, heeft hij ook hiervoor geen aannemelijke verklaring gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hiervoor opgesomde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, maken dat het niet anders kan dan dat het bewezenverklaarde geldbedrag van enig misdrijf afkomstig moet zijn en dat de verdachte dit ook wist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Afwijzing voorwaardelijk verzoek</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof ziet, gelet op het voorgaande en overwegend dat de verdachte jarenlang alle gelegenheid heeft gehad zijn stellingen te onderbouwen, geen noodzaak tot toewijzing van het door de raadsman voorwaardelijk gedane verzoek hieromtrent getuigen te doen horen. Het wijst dit verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Verweer ‘eigen misdrijf’</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de raadsman het verweer heeft gevoerd dat het geld dat de verdachte voorhanden heeft gehad, afkomstig was uit een door hem zelf gepleegd misdrijf en dat niet bewezen kan worden dat hij dit geld heeft verborgen of verhuld – om welke reden de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging –, oordeelt het hof dat de in dit verweer besloten liggende stelling dat het geld middellijk of onmiddellijk afkomstig was van een door de verdachte zelf gepleegd misdrijf feitelijke grondslag ontbeert. Dit verweer behoeft daarom geen nadere bespreking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 30 mei 2010, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een geldbedrag van 459.950,00 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van bijna 460.000 euro. </para>
      <para>Door witwassen wordt het plegen van criminele activiteit in stand gehouden en indirect ook bevorderd, want zonder personen als de verdachte die criminele gelden een (schijnbaar) legale herkomst verschaffen, is het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. De verdachte heeft zich bij zijn handelen kennelijk slechts laten leiden door financieel gewin en heeft geen oog gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de samenleving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 27 augustus 2015 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman verzocht bij een bewezenverklaring rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn hogere leeftijd, zijn blanco strafblad en het tijdsverloop in de zaak. Voorts is de ondergane voorlopige hechtenis de verdachte zeer zwaar gevallen omdat hij zich in een sociaal isolement bevond. Een straf conform de voorlopige hechtenis zou passend en geboden zijn, aldus de raadsman. Subsidiair heeft hij verzocht het restant van de straf voorwaardelijk op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof is met de raadsman van oordeel dat de behandeling van de zaak in hoger beroep onwenselijk lang heeft geduurd. Hoewel een groot deel van het tijdsverloop te verklaren is door de tijd die gemoeid is geweest met het door de verdediging verzamelen van stukken, het vertalen van stukken, het uitbrengen van een rechtshulpverzoek en het verkrijgen van antwoord daarop, zal het Hof het tijdsverloop aanmerken als een strafverminderende omstandigheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
      <para>Het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: nummers 18 en 27 tot en met 46, 48 en 49. Zij behoren de verdachte toe en dienen te worden verbeurdverklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: nummers 19, 20, 21 en 47, de teruggave dient te worden gelast aan de verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">16 (zestien) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verbeurd</emphasis> de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>18. 2.00 STK Instapkaart IBERIA </para>
    <para>27. 1.00 STK Reistas TITAN </para>
    <para>28. 1.00 STK Gereedschap SAECO </para>
    <para>29. Geld Euro 4197 x 50.00 euro, ibg d.d. 31 mei 2010 </para>
    <para>30. Geld Euro 500 x 500 euro ibg d.d. 31 mei 2010 </para>
    <para>31. Geld Euro 1 x 50.00 euro ibg d.d. 31 mei 2010 </para>
    <para>32. Geld Euro 1 x 50.00 euro ibg d.d. 31 mei 2010 </para>
    <para>33. 1.00 STK Geldbuidel Kl:wit </para>
    <para>34. 1.00 STK Niergordel PROCER </para>
    <para>35. 1.00 STK Verpakkingsmateriaal </para>
    <para>36. 1.00 STK Bon KASSABON </para>
    <para>37. 2.00 STK Oplaadapparaat </para>
    <para>38. 2.00 STK Document </para>
    <para>39. Geld Euro 7 x 50.00 euro, ibg d.d. 1 juni 2010 </para>
    <para>40. Geld Euro 1 x 20.00 euro, ibg d.d. 1 juni 2010 </para>
    <para>41. Geld Euro 6 x 10.00 euro, ibg d.d. 1 juni 2010 </para>
    <para>42. Geld Euro 1 x 5.00 euro, ibg d.d. 1 juni 2010 </para>
    <para>43. 4.00 STK Notitie en memo </para>
    <para>44. 2.00 STK Notitie en memo </para>
    <para>45. 1.00 STK Rekening FACTUUR INNTEL </para>
    <para>46. 1.00 STK Kaart </para>
    <para>48. 5.00 STK Reisschema COMPUTERUITDRAAI </para>
    <para>49. 7.00 STK Verpakkingsmateriaal.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>19. 1.00 STK Telefoontoestel LG </para>
    <para>20. 1.00 STK Telefoontoestel MOTOROLA </para>
    <para>21. 1.00 STK Telefoontoestel BLACKBERRY </para>
    <para>47. 1.00 STK Boek.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E.N. van der Spoel, mr. A.E.M. Röttgering en mr. L.C. van Walree, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. L.C. van Walree is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>