<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2015:3822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T20:36:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.169.835/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3822">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-17T15:20:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:3822 Gerechtshof Amsterdam , 26-05-2015 / 200.169.835/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2015:3822:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2015:3822:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer : 200.169.835/01 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de wrakingskamer van 26 mei 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het op 7 mei 2015 bij het hof binnengekomen verzoekschrift van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis> </para>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>hierna: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van het gerechtshof Den Haag bestaande uit mrs. J.W. Wabeke, J.J.I. Verburg en A.J.T.M. Franken-van Zinnicq Bergmann (verder: de raadkamer) heeft bij beschikking van 24 april 2015 verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn op 24 december 2014 ingediende klaagschrift op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). In verband met toepassing van artikel 12c Sv is nader onderzoek in raadkamer achterwege gebleven en zijn de betrokkenen niet opgeroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 2 mei 2015, binnengekomen bij het hof op 7 mei 2015, heeft verzoeker een wrakingsverzoek tegen voornoemde raadsheren ingediend - kort gezegd - inhoudende: “<emphasis role="italic">Omdat de rechters van het hof in deze zaak zonder onderzoek ter terechtzitting, mij mijn spreekrecht hebben ontnomen en achteraf in een kamertje hun beslissing hebben genomen, zonder enige getuige te horen en enige vorm van onpartijdig onderzoek, en daarbij de aangiftes van andere mensen simpelweg naast zich neer te leggen maar slechts mij niet ontvankelijk te verklaren, duidt het erop dat de rechters al een voorgenomen beslissing hadden en wens ik gebruik te maken van het recht deze partijdige rechters te wraken</emphasis>”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag van 11 mei 2015 is de wrakingszaak ter verdere behandeling verwezen naar dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 13 mei 2015, binnengekomen bij dit hof op 18 mei 2015, heeft verzoeker zijn ongenoegen geuit over de beslissing van de wrakingskamer van het hof Den Haag om de onderhavige wrakingszaak wegens (onder meer) het ontbreken van spoedeisendheid te verwijzen naar het hof Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 mei 2015 is de verwijzingsbeslissing voorzien van aantekeningen van verzoeker, waaruit eveneens voornoemd ongenoegen blijkt, binnengekomen bij het hof Den Haag. Dit stuk is op 18 mei 2015 door het hof Den Haag doorgezonden aan dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van (één van) de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. Reeds daarom is verzoeker niet-ontvankelijk in het onderhavige wrakingsverzoek (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Het met wraking beoogde doel dat de rechter de zaak niet (verder) behandelt, kan immers niet meer worden bereikt. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft, op grond van artikel 11 lid 1 van het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag, geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een en ander leidt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is op 26 mei 2015 gegeven door mrs. S. Clement, P.A.M. Hoek en F.A. Hartsuiker. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>