<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2015:207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:37:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.148.623/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=345; 349a; 350&amp;g=2015-02-02">Burgerlijk Wetboek Boek 2 345; 349a; 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2014/1153</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2015/89</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-02T14:42:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:207 Gerechtshof Amsterdam , 29-01-2015 / 200.148.623/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2015:207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beeindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorziening in verband met een minnelijke regeling tussen partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2015:207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking		</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.148.623/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 29 januari 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [...],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. M. Aykaz</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CAFÉ KOBALT B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n    t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">OBEEN NEDERLAND II B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. D. Veerman, </emphasis>kantoorhoudende te Volendam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In het vervolg zullen partijen wederom als volgt worden aangeduid:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>verzoekster als [verzoekster];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>verweerster als Café Kobalt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>belanghebbende als Obeen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 4 september 2014 en 15 september 2014 in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Café Kobalt over de periode vanaf 27 mei 2009, mr. G.C. Endedijk benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – bepaald dat één aandeel van [verzoekster] en één aandeel van Obeen in het geplaatste kapitaal van Café Kobalt ten titel van beheer aan drs. H.C. van Eyck van Heslinga zijn overgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Mr. Veerman heeft bij (fax)brief van 23 januari 2015 de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling zijn overeengekomen en dat de procedure kan worden beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij e-mail van 27 januari 2015 heeft mr. Aykaz desgevraagd de Ondernemingskamer bericht dat [verzoekster] in kan stemmen met de beëindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen voorziening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Drs. Van Eyck van Heslinga heeft bij e-mail van 27 januari 2015 bericht dat er geen bezwaar bestaat tegen beëindiging van het onderzoek en opheffing van de onmiddellijke voorzieningen en dat haar kosten zijn voldaan. Eenzelfde bericht heeft de Ondernemingskamer ontvangen op 29 januari 2015 van mr. M. Haloua, namens mr. Endedijk. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu alle in deze procedure verschenen partijen hebben verzocht het bij de beschikking van 4 september 2014 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening op te heffen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen het verzochte, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen, een en ander met ingang van heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 4 september 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Café Kobalt B.V., gevestigd te Amsterdam;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 4 september 2014 getroffen onmiddellijke voorziening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 januari 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>