<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2015:1549</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-07T11:35:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001674-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:1549">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:1549</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-07T11:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:1549 Gerechtshof Amsterdam , 08-04-2015 / 23-001674-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2015:1549:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>geen verontschuldigbare termijnoverschrjiding bij instellen van hoger beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2015:1549:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer: 23-001674-14 </para>
  <para>Datum uitspraak: 8 april 2015 </para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 25 maart 2014 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>15-810147-12 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag] 1983, </para>
    <para>adres: [adres],</para>
    <para>thans gedetineerd in PI Haaglanden - HvB Zoetermeer te Zoetermeer.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>8 april 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte weliswaar het hoger beroep niet binnen de wettelijke voorgeschreven termijn heeft ingesteld, doch dat deze termijnoverschrijding verontschuldigbaar is. De verdachte heeft immers niet een vertaling van de dagvaarding in eerste aanleg met de daarbij horende toelichting op de procedure ontvangen in een voor hem begrijpelijke taal. Vervolgens is de verdachte niet aanwezig geweest bij de einduitspraak op 25 maart 2014. De verdachte was aldus niet bekend en had ook niet bekend hoeven te zijn met de termijn van veertien dagen na 25 maart 2014 waarbinnen hoger beroep ingesteld had moeten worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt het volgende vast.</para>
      <para>De verdachte is (zo houdt het vonnis van de rechtbank in en is door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd) op 11 maart 2014 ter terechtzitting van de rechtbank Noord-Holland verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman (dezelfde als in hoger beroep) en door een tolk. Op die terechtzitting is de verdachte en diens raadsman medegedeeld dat de rechtbank op 25 maart 2014 uitspraak zou doen. De verdachte is bij vonnis van 25 maart 2014 veroordeeld. De verdachte en diens raadsman waren niet bij de uitspraak van het vonnis aanwezig. Nadien, zo heeft de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep verklaard, heeft hij met de verdachte in de Engelse taal een gesprek gevoerd waarin de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep aan de orde is geweest; een gesprek, waarvan de raadsman heeft verklaard dat hij dat achteraf gezien met bijstand van een tolk had moeten voeren. De verdachte heeft op 22 april 2014 hoger beroep ingesteld tegen de einduitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt met betrekking tot de ontvankelijkheid van het namens de verdachte ingestelde hoger beroep het volgende. </para>
      <para>De hoofdregel die in deze zaak van toepassing is, is neergelegd in artikel 408, eerste lid onder b, van het Wetboek van Strafvordering en luidt, dat het hoger beroep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak indien de verdachte op de terechtzitting is verschenen. Verdachte heeft dat echter niet gedaan nu het rechtsmiddel pas op 22 april 2014 namens hem is aangewend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overschrijding van de appeltermijn door of namens de verdachte betekent in de regel dat hij niet in het hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. </para>
      <para>Daarvan is in de onderhavige zaak geen sprake. Naar het oordeel van het hof is de overschrijding van de appeltermijn niet het gevolg van het ontbreken van een document bij de dagvaarding waarin de verdachte in een taal die hij begrijpt op de hoogte wordt gesteld van het procedureverloop en van de appeltermijn, maar van de eigen keuze van de – van deskundige rechtsbijstand voorziene – verdachte om niet bij de uitspraak in zijn zaak aanwezig te zijn en van een daarna kennelijk opgetreden miscommunicatie tussen de raadsman en de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en het hof van oordeel is dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is, zal verdachte in zijn hoger beroep </para>
      <para>niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. W.H. van Benthem en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S.P.H. Brinkman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>8 april 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>