<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2014:57</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-17T16:30:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.129.897-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:57">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:57</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-17T15:12:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2014:57 Gerechtshof Amsterdam , 21-01-2014 / 200.129.897-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2014:57:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>eindarrest. Artikel 350 derde lid aanhef en onder c Faillissementswet Fw). Vernietiging vonnis. Stukken overgelegd waaruit blijkt dat er</para>
        <para>daadwerkelijk noodzakelijke kosten zijn gemaakt, die rechtstreeks samenhangen met handicap van appellant, welke kosten ten grondslag hebben gelegen aan de teruggaven inkomstenbelasting over de jaren 2011, 2012 en (gedeeltelijk) 2013. Deze teruggaven mogen om die reden worden aangewend voor de voldoening van de schuld aan het UWV van € 7.042,45 en voor het overige ten behoeve van de crediteuren.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2014:57:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>arrest</para>
    <para>________________________________________________________________ _ _</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer                           	: 200.129.897/01</para>
      <para>insolventienummer rechtbank     	: (15) R 542/2010 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 januari 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. E.W.K. Bosman</emphasis> te Haarlem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant wordt hierna [appellant] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 december 2013 heeft het hof in deze zaak een tussenarrest gewezen, waarbij [appellant] in de gelegenheid is gesteld vóór 14 januari 2014 nadere stukken in het geding te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hof is op 30 december 2013 een nader stuk aan de zijde van [appellant] binnengekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij voormeld tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld aan het hof te doen toekomen (met afschrift aan de bewindvoerder):</para>
      <para />
      <para>- een verklaring van een arts dat het door [appellant] opgegeven cannabisgebruik, te weten 4 à 5 gram per week (€ 234,-- p/m) passend is bij zijn voorgeschreven pijnbestrijding;</para>
      <para>- een verklaring van een arts dat de inpandige parkeerplaats noodzakelijk is in verband met zijn handicap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Door [appellant] zijn overgelegd:</para>
      <para />
      <para>- een verklaring van [H.], anesthesioloog, van 20 december 2013, waarin hij bevestigt dat voor de huidige pijnklachten van [appellant] 5 gram cannabis per week geïndiceerd is;</para>
      <para>- een nota van een coffeeshop waaruit blijkt dat de prijs voor 4 gram cannabis € 46 bedraagt, na aftrek van Medi Wiet een bedrag van € 29,90;</para>
      <para>- een verklaring van [F.], revalidatiearts, van 20 december 2013, waarin wordt bevestigd dat in verband met de bij [appellant] gestelde diagnose een parkeerplaats voor de deur noodzakelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op grond van de overgelegde stukken kan worden geoordeeld dat, indien wordt uitgegaan van de parkeerkosten, het wekelijkse gebruik van cannabis als pijnbestrijding gedurende de relevante periode en de taxikosten, door [appellant] tenminste voor een bedrag van € 7.042,45 daadwerkelijk noodzakelijke kosten zijn gemaakt, die rechtstreeks samenhangen met zijn handicap, welke kosten ten grondslag hebben gelegen aan de teruggaven inkomstenbelasting over de jaren 2011, 2012 en (gedeeltelijk) 2013. Deze teruggaven mogen om die reden worden aangewend voor de voldoening van de schuld aan het UWV van € 7.042,45 en voor het overige ten behoeve van de crediteuren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande dient het vonnis waarvan beroep te worden vernietigd en aan [appellant] de schone lei te worden verleend bij het eindigen van de schuldsanerings-regeling.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- vernietigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    <para />
    <para>- stelt alsnog vast dat [appellant] niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;</para>
    <para />
    <para>- verwijst de zaak terug naar de rechtbank te Noord-Holland teneinde te worden afgedaan met inachtneming van hetgeen in dit arrest is overwogen. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Visser, C. Uriot en D.L.M.T.  Dankers-Hagenaars en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Van dit arrest kan gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>