<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2014:3698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.139.449 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2014-09-08">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2014/684</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2014/134</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2014-0431</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:3698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:3698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-24T16:45:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2014:3698 Gerechtshof Amsterdam , 08-09-2014 / 200.139.449 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2014:3698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; Enquete; verhoging onderzoeksbudget; art. 2:350 lid 3 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2014:3698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking </para>
    <para>___________________________________________________________________ </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.139.449/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 8 september 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de commanditaire vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KINTA C.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KITCHEN TREND PRODUCTS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aalsmeer,</para>
    </parablock>
    <para>3. <emphasis role="bold">[verzoeker 4a] </emphasis>en <emphasis role="bold">[verzoeker 4b]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>vennoten van <emphasis role="bold">[verzoeker 4c] v.o.f.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Nieuwerkerk aan de IJssel, </para>
    </parablock>
    <para>4. <emphasis role="bold">[verzoeker 5]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>handelend onder de naam <emphasis role="bold">ROCAFLOR</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Uithoorn,</para>
    </parablock>
    <para>5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RUSTIK LYS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rijnsaterwoude,</para>
    </parablock>
    <para>6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EUROLIGHT AALSMEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Tienhoven,</para>
    </parablock>
    <para>7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FIDRIO B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Woerden,</para>
    </parablock>
    <para>8. <emphasis role="bold">[verzoeker 9]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>handelende onder de naam <emphasis role="bold">JAMA TRADE EUROPE</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Huizen,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. S.N. Vlaar</emphasis>, kantoorhoudende te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de coöperatie</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">COÖPERATIE TRENDS-IN-CENTER-AALSMEER (TICA) U.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aalsmeer,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. B.W. Brouwer</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>e n    t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Haelen,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. H.M.L. Dings</emphasis>, kantoorhoudende te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen worden hierna als volgt aangeduid:</para>
        <para>verzoekers gezamenlijk	als Kinta c.s.;</para>
        <para>verweerster 	als TICA;</para>
        <para>belanghebbende 	als C&amp;E. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 27 februari 2014 en 14 maart 2014 (met zaaknummer 200.139.449/01 OK), en van 11 juni 2014 (met zaaknummer 200.139.449/02 OK).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij beschikkingen van 27 februari en 14 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - (i) een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van TICA over de periode vanaf 1 oktober 2013, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 15.000 (exclusief BTW) mag kosten en mr. E.M. Soerjatin aangewezen als onderzoeker, en (ii) bij wijze van onmiddellijke voorziening het besluit van de algemene ledenvergadering van TICA van 29 november 2013 tot instemming met het door C&amp;E uitgebrachte bod op alle aandelen in TICA Aalsmeer B.V. (hierna: TICA Aalsmeer) en tot goedkeuring van het besluit tot het vervreemden van de deelneming in TICA Aalsmeer, geschorst en het bestuur van TICA verboden om met gebruikmaking van dit besluit de aandelen in TICA Aalsmeer te vervreemden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De onderzoeker heeft de Ondernemingskamer bij brief (met bijlage) van 21 augustus 2014 verzocht om het onderzoeksbudget te verhogen tot een bedrag van € 30.000 (exclusief BTW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen bij brief van 26 augustus 2014 in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek van de onderzoeker uit te laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij e-mail van 3 september 2014 heeft mr. Vlaar bericht dat de redengeving van het verzoek van de onderzoeker juist voorkomt en dat Kinta c.s. zich refereren aan het oordeel van de Ondernemingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Bij brief van 3 september 2014 heeft mr. Brouwer namens TICA verzocht de kosten van het onderzoek te beperken tot € 22.500 (exclusief BTW), althans tot een door de Ondernemingskamer in goede justitie te bepalen bedrag. Van de zijde van C&amp;E heeft de Ondernemingskamer in dit verband niet vernomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Volgens de door de onderzoeker overgelegde urenspecificatie is het initiële onderzoeksbudget van € 15.000 thans nagenoeg uitgeput. Voorts heeft de onderzoeker in haar brief een beschrijving gegeven van de tot op heden verrichte werkzaamheden en van de nog te verrichten werkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De onderzoeker heeft gemotiveerd toegelicht voor welke nog te verrichten werkzaamheden de verhoging van het onderzoeksbudget noodzakelijk is. De - verder niet gefundeerde - stelling van TICA dat “het gros van de werkzaamheden inmiddels is verricht” doet daar niet aan af. Voorts heeft de opvatting van TICA dat “het belang van het onderzoek (…) nagenoeg nihil is” geen betekenis voor de beoordeling van het hier aan de orde zijnde verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget. Immers, de Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 februari 2014 een onderzoek bevolen en tot het moment, dat het onderzoeksverslag gereed is of de Ondernemingskamer een nadere beslissing over beëindiging van het onderzoek geeft, heeft de onderzoeker tot taak dat onderzoek uit te voeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Nu daartegen geen verdere bezwaren zijn aangevoerd en het verzoek van de onderzoeker de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal zij het onderzoeksbudget verhogen tot het door de onderzoeker verzochte bedrag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verhoogt het bedrag dat het bij beschikking van 27 februari 2014 in deze zaak bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 30.000 (exclusief BTW), en bepaalt dat TICA ten behoeve van de onderzoeker (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse , voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en G.A. Cremers en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 september 2014. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>