<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2014:3215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-29T13:43:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.118.194-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:3215">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:3215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-25T11:15:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2014:3215 Gerechtshof Amsterdam , 29-07-2014 / 200.118.194-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2014:3215:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zie ECLI:NL:GHAMS:2013:3507 en ECLI:NL:GHAMS:2016:1999 en ECLI:NL:GHAMS:2017:3852.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2014:3215:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>arrest</para>
    <para>___________________________________________________________________ _ _</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht en belastingrecht, team II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.118.194/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer rechtbank	: 366351/HA ZA 07-924 (Amsterdam)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 juli 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">REMCO RUIMTEBOUW B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Best, kantoorhoudend te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">JANSSEN DE JONG GROEP B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Son en Breugel,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. I.M.C.A. Reinders Folmer</emphasis> te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DRIENERVELD ONROEREND GOED B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Enschede,</para>
      <para>appellante in principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel appel, </para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. L.C.M. Berger</emphasis> te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. de naamloze vennootschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>3. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zoetermeer,</para>
    </parablock>
    <para>4. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amstelveen,</para>
    </parablock>
    <para>5. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MAATSCHAPPIJ N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>geïntimeerden in principaal appel,</para>
      <para>appellanten in voorwaardelijk incidenteel appel,</para>
      <para>verweersters in het incident,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. W.A.M. Rupert</emphasis> te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseressen in het incident worden hierna ieder afzonderlijk Ruimtebouw B.V. en Janssen de Jong Groep B.V. genoemd en gezamenlijk Remco c.s. Verweersters in het incident worden hierna Drienerveld en (gezamenlijk) de verzekeraars genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in deze zaak op 19 maart 2013 een tussenarrest gewezen, waarbij de onderhavige zaak op de voet van artikel 222 Rv is gevoegd met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.114.938/01 tussen enerzijds Remco c.s. als appellanten in principaal appel, geïntimeerden in incidenteel appel en anderzijds Drienerveld als geïntimeerde in principaal appel en appellante in incidenteel appel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:</para>
    </parablock>
    <para>- memorie van grieven met producties;</para>
    <para>- memorie van antwoord in principaal appel, memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel met producties;</para>
    <para>- incidentele conclusie met producties;</para>
    <para>- memorie van antwoord in incident (Drienerveld);</para>
    <para>- memorie van antwoord in incident met een productie (verzekeraars).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Remco c.s. hebben incidenteel op de voet van artikel 217 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv gevorderd dat zij in de onderhavige zaak worden toegelaten (primair) als tussenkomende partij, althans (subsidiair) als gevoegde partij aan de zijde van Drienerveld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Drienerveld heeft geantwoord in het incident en geconcludeerd tot referte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzekeraars hebben geantwoord in het incident en geconcludeerd tot afwijzing van de primaire en subsidiaire incidentele vordering, met veroordeling van Remco c.s. in de proceskosten van het incident, uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het gaat hier, samengevat en voor zover van belang, om het volgende.</para>
      <para>( i) Drienerveld is eigenaar van het bedrijfspand gelegen aan het Transportcentrum 25 te Enschede (hierna: het bedrijfspand).</para>
      <parablock>
        <para>(ii) Remco Ruimtebouw is aannemer. Zij heeft 14 oktober 1998 de bouw van het bedrijfspand aangenomen. Janssen de Jong heeft zich hoofdelijk naast Remco Ruimtebouw aansprakelijk gesteld jegens Drienerveld.</para>
        <para>(iii) Drienerveld heeft het bedrijfspand bij de verzekeraars verzekerd door middel van een zogenaamde Nederlandse Beurspolis voor Uitgebreide Gevaren (hierna: de polis).</para>
        <para>(iv) Nadat in de omgeving van het bedrijfspand veel sneeuw was gevallen is het op 26 november 2005 om ongeveer 14.00 uur ingestort.</para>
      </parablock>
      <para>( v) De verzekeraars hebben uitkering onder de polis geweigerd omdat de instorting het gevolg zou zijn van een constructiefout.</para>
      <parablock>
        <para>(vi) Drienerveld heeft daarop zowel de verzekeraars als Remco c.s. in rechte betrokken. De rechtbank heeft bij vonnis van 14 december 2011 de vordering tegen de verzekeraars afgewezen. Bij vonnis van 27 juni 2012 heeft de rechtbank Remco c.s. hoofdelijk onder meer veroordeeld tot betaling in hoofdsom van € 6.548.935,-. Dat vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
        <para>(vii) Op 14 december 2012 hebben partijen in verband met de betekening en tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 juni 2012 een overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst) die kort en zakelijk samengevat inhoudt dat Remco c.s. ineens € 1.400.000,- aan Drienerveld voldoen en daarna nog twaalf termijnen van € 625.000, waarvan de laatste vervalt op 1 oktober 2015. Voorts heeft Remco Ruimtebouw tot zekerheid aan Drienerveld een eerste hypotheek verleend op het pand “Brandmeester” te Amstelveen. Drienerveld heeft tot zekerheid voor een eventuele terugbetalingsverplichting haar vordering op de verzekeraars aan Remco c.s. verpand.</para>
        <para>(viii) Op 1 april 2014 hadden Remco c.s. in het kader van de overeenkomst reeds € 5.150.000,- aan Drienerveld voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Remco c.s. hebben ter onderbouwing van hun primaire incidentele vordering tot tussenkomst - samengevat - aangevoerd dat zij na tussenkomst vorderingen tegen de verzekeraars en Drienerveld willen instellen die erop gericht zijn dat, indien in hoger beroep alsnog zal worden geoordeeld dat de verzekeraars tot een schade-uitkering onder de polis gehouden zijn, de verzekeraars deze betaling rechtstreeks aan Remco c.s. zullen doen en dat Drienerveld hieraan haar medewerking zal verlenen. Een en ander uit hoofde van het door Drienerveld aan Remco c.s. verstrekte pandrecht, of artikel 14.3.1 van de voorwaarden van de polis op grond waarvan Drienerveld Remco c.s. als begunstigden van de schade-uitkering kan aanwijzen. Remco c.s. hebben daarbij voldoende belang, omdat de uitspraak in de zaak tussen Drienerveld en de verzekeraars met betrekking tot de vraag of sprake was van een constructiefout in het door Remco c.s. gerealiseerde bedrijfspand, nadelige gevolgen voor Remco c.s. kan hebben. Daarnaast hebben Remco c.s. voldoende belang bij de gevorderde tussenkomst vanwege de nadelige financiële gevolgen die de uitspraak voor hen kan hebben omdat, indien de vorderingen van Drienerveld op de verzekeraars in hoger beroep alsnog worden toegewezen, al hetgeen Remco c.s. in het kader van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 juni 2012 aan Drienerveld hebben voldaan, - als onverschuldigd betaald - moet worden gerestitueerd. Daarvoor biedt het hiervoor onder 2.1(vii) genoemde pandrecht onvoldoende zekerheid, aldus steeds Remco c.s. Subsidiair hebben Remco c.s. aangevoerd dat zij, op grond van het voorgaande, voldoende belang hebben bij voeging aan de zijde van Drienerveld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De verzekeraars hebben bezwaar gemaakt op gronden die hierna, voor zover van belang, zullen worden weergegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>De onderhavige hoofdzaak is aangebracht op de rol van 11 december 2012. Bij arrest van 19 maart 2013 is de zaak - op vordering van Drienerveld, en ondanks het verweer van Remco c.s. dat de gevorderde voeging van zaken tot onredelijke vertraging van de procedure zou leiden - op de voet van artikel 222 Rv gevoegd met de zaak met zaaknummer 200.114.938/01.</para>
        <para>Laatstgenoemde zaak is aangebracht op de rol van 16 oktober 2012. Remco c.s. hebben in die zaak een incidentele vordering opgeworpen strekkende tot - kort gezegd - schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 juni 2012 en/of de bepaling dat Drienerveld zekerheid zal stellen voor het reeds door Remco c.s. betaalde bedrag. Die incidentele vordering is bij arrest van 20 augustus 2013 afgewezen. De hoofdzaak staat thans, nadat de memories in principaal en incidenteel appel zijn genomen, voor beraad partijen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Naar het oordeel van het hof zijn de niet eerder dan op de rol van 17 juni 2014 ingestelde incidentele vorderingen van Remco c.s. in een zodanig laat stadium van de procedure ingediend, dat de toewijzing daarvan tot onredelijke vertraging van de procedure zal leiden. Gesteld noch gebleken is waarom Remco c.s. de (primaire en subsidiaire) incidentele vorderingen, anders dan Remco c.s. in het eerdere voegingsincident ex artikel 222 Rv meenden, thans niet tot onredelijke vertraging van de procedure zou leiden. De omstandigheid dat de onderhavige hoofdzaak - vóór de indiening van dit incident - op de rol van 9 december 2014 stond voor het nemen van een memorie van antwoord in incidenteel appel door Drienerveld, doet aan het voorgaande niet af, omdat een toewijzing van de gevorderde tussenkomst of voeging ertoe zal leiden dat het partijdebat wordt vervolgd, hetgeen tot verdere vertraging van de procedure zal leiden. Die vertraging van de procedure acht het hof in strijd met de eisen van een goede procesorde en staat derhalve reeds in de weg aan de toewijsbaarheid van de primaire en subsidiaire incidentele vordering op de voet van artikel 217 Rv. Dit betekent dat de incidentele vorderingen worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Remco c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel door Drienerveld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de (primaire en subsidiaire) vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst Remco c.s. in de proceskosten die tot op heden aan de zijde van Drienerveld worden begroot op € 4.580,- aan salaris en aan de zijde van de verzekeraars op € 4.580,- aan salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 9 september 2014 voor het nemen van een memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel door Drienerveld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, A.M.A. Verscheure en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>