<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2014:2476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:14:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.123.694-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:2476">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:2476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-30T09:39:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2014:2476 Gerechtshof Amsterdam , 24-06-2014 / 200.123.694-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2014:2476:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>pachtrecht / 7:311-313 BW / gebruik tegen betaling van bedrijfsruimte (waaronder kassen) voor het verwerken en broeien van bloembollen is pacht en geen huur / zaak verwezen naar het pachthof.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2014:2476:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof			: 200.123.694/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank			: 368528 / CV EXPL 11-2612</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 juni 2014 (bij vervroeging)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEERLING VASTGOED B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Bovenkarspel,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. P.F.M. Deijkers</emphasis> te Hoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [GEÏNTIMEERDE]
        </emphasis> in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid New Tulip Holding B.V.,</para>
      <para>kantoorhoudend te [plaats],</para>
      <para>geïntimeerde, </para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. M.V. Vermeij</emphasis> te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna Geerling Vastgoed en de curator genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Geerling Vastgoed is bij dagvaarding van 12 september 2012 in hoger beroep gekomen van het vonnis met bovengenoemd zaak-/rolnummer van de rechtbank Alkmaar, sector kanton, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter) van 13 juni 2012, gewezen tussen Geerling Vastgoed als eiseres en de curator als gedaagde (hierna: het vonnis). De dagvaarding bevat de grieven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Geerling Vastgoed heeft vier grieven geformuleerd, met conclusie (zo begrijpt het hof en heeft ook de curator, volgens zijn mededeling ter zitting, begrepen) dat het hof het vonnis zal vernietigen en alsnog de curator zal veroordelen tot betaling van € 308.697,90 met rente en met diens veroordeling in de kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Daarop heeft de curator geantwoord en bewijs aangeboden, met conclusie dat het hof het vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van Geerling Vastgoed in de kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Partijen hebben de zaak ter zitting van 12 juni 2014 doen bepleiten door hun advocaten, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Bij die gelegenheid heeft Geerling Vastgoed nog de producties 1-9 in het geding gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Ten slotte is arrest gevraagd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voor het eerst ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep heeft de curator aangevoerd dat in de bedrijfsgebouwen die New Tulip Holding (hierna: NTH) in gebruik had, een bloembollenbedrijf werd uitgeoefend zodat moet worden gesproken van pacht. De directeur van Geerling Vastgoed, [X], heeft dat tegengesproken omdat zijn bedrijf aan NTH geen land verhuurde maar alleen gebouwen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Mede aan de hand van de ter zitting door [Y], voormalig exploitant van NHT, gegeven inlichtingen is het volgende gebleken. NTH was bloembollenkweker. Deze bloembollen werden door NTH gekweekt op van jaar tot jaar van derden gepachte gronden. Om deze bloembollen te verwerken had NTH van Geerling Vastgoed in gebruik bedrijfsgebouwen (waaronder kassen), erfverharding, omliggende gebouwen en (wellicht) ook nog 3.71.40 ha  bouwland. De bedrijfsgebouwen waren volledig ingericht voor het verwerken en broeien van bollen. NTH betaalde daarvoor, zo heeft de kantonrechter vastgesteld, een maandelijkse vergoeding van € 13.090,-- per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet op de artikelen 7:311-7:313 BW moet worden geoordeeld dat tussen Geerling Vastgoed en NTH geen huurovereenkomst maar een pachtovereenkomst is tot stand gekomen, ook als deze geen bouwland in gebruik had gekregen. De kantonrechter was derhalve ingevolge artikel 1019j Rv niet bevoegd van de vorderingen van Geerling Vastgoed kennis te nemen, zo min als dit hof dat is. De zaak moet daarom worden verwezen naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, mr. J.H. Huijzer en mr. C.C. Meijer, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>