<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2014:16</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:48:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.102.055/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2014-01-14">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2012/66</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2012/65</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2012/842</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2014/42</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:16">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:16</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-14T15:10:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2014:16 Gerechtshof Amsterdam , 09-01-2014 / 200.102.055/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2014:16:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Enquete; vaststelling vergoeding onderzoeker; 2:350 lid 3 BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2014:16:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para>___________________________________________________________________ </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.102.055/01 OK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 9 januari 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENECO RETAIL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. R.B. Gerretsen </emphasis>en <emphasis role="bold">mr. H.T. Verhaar, </emphasis>kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GROENE ENERGIE ADMINISTRATIE B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>handelend onder de naam <emphasis role="bold">Greenchoice,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER,</emphasis>
      </para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. A.N. Stoop </emphasis>en <emphasis role="bold">mr. C.J. Scholten</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n    t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENERGIE CONCURRENT B.V.</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	BELANGHEBBENDE,</emphasis>
      </para>
      <para>	advocaten: <emphasis role="bold">mr. M.M. Tuijtel </emphasis>en <emphasis role="bold">mr. W. Buikstra</emphasis>, kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n    t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende sub 2],</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	BELANGHEBBENDE,</emphasis>
      </para>
      <para>	advocaat: <emphasis role="bold">mr. P.J. van der Korst</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam.<?linebreak?><emphasis role="bold">1.	Het verloop van het geding</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1 Partijen worden hierna aangeduid als Eneco, Greenchoice, Energie Concurrent en [belanghebbende sub 2]. Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 april 2012, 3 mei 2012, 27 juli 2012, 23 mei 2013, 21 juni 2013, 10 december 2013 (alle met zaaknummer 200.102.055/01) en 18 oktober 2013 (met zaaknummer 200.102.055/02).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2 Bij de beschikkingen van 27 april en 3 mei 2012 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Greenchoice, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 50.000 (exclusief BTW) mag kosten, mr. P. Cronheim benoemd tot onderzoeker en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding Energie Concurrent geschorst als bestuurder van Greenchoice, drs. F. van Westen (hierna: Van Westen) benoemd tot bestuurder van Greenchoice en de door Energie Concurrent gehouden aandelen in Greenchoice ten titel van beheer overgedragen aan ir. W.P.M. van der Schoot.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3 Bij beschikking van 27 juli 2012 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van de onderzoeker het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 125.000 (exclusief BTW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4 Bij beschikking van 21 juni 2013 heeft de Ondernemingskamer dit bedrag verhoogd tot <?linebreak?>€ 225.000 (exclusief BTW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5 Bij brief van 6 december 2013 heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.2 bedoelde onderzoek met de daarbij behorende bijlagen aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Voorts heeft de onderzoeker bij voormelde brief de Ondernemingskamer verzocht zijn vergoeding te bepalen op <?linebreak?>€ 225.000 (exclusief BTW). In verband daarmee heeft de onderzoeker als bijlage bij die brief een urenspecificatie overgelegd van alle in het kader van het onderzoek verrichte werkzaamheden. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 295.131,50 (exclusief BTW). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6 Bij de beschikking van 10 december 2013 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag van het onderzoek met de daarbij behorende bijlagen ter inzage ligt voor belanghebbenden, en partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 17 december 2013 schriftelijk uit te laten over het verzoek van de onderzoeker om zijn vergoeding te bepalen op € 225.000 (exclusief BTW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.7 Bij brief van 16 december 2013 heeft mr. Stoop namens Greenchoice laten weten dat Greenchoice geen bezwaar heeft tegen voormeld verzoek van de onderzoeker. Van de overige partijen is in dit verband niet vernomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW bepalen, en wel op het door de onderzoeker verzochte bedrag, nu daartegen van de zijde van partijen geen bezwaren zijn ontvangen en de door de onderzoeker verzochte vergoeding het vastgestelde budget niet overschrijdt noch - gelet op de overgelegde urenspecificatie - de Ondernemingskamer onredelijk voorkomt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 225.000 (exclusief BTW);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en <?linebreak?>mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. M.A. van Hoepen RA en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 9 januari 2014.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>