<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T01:02:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ1151</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001543-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:31:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1151 Gerechtshof Amsterdam , 05-02-2013 / 23-001543-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvankelijkheid hoger beroep. Bijzondere schriftelijke volmacht advocaat aan griffiemedewerker met voorbijgaan aan voorschrift artikel 450.3 Sv. In casu toch geen grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>parketnummer: 23-001543-12 </para>
      <para>datum uitspraak: 5 februari 2013 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>VERSTEK </para>
    <para />
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 16 maart 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-700098-12 tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte], </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], </para>
      <para>adres: [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Onderzoek ter terechtzitting</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 5 februari 2013. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    <para />
    <para>Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wijze waarop het rechtsmiddel is aangewend</para>
      <para>Mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, heeft in zijn brief van 29 maart 2012 namens de verdachte (en volgens mededeling in die brief daartoe door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd) één van de griffiemedewerkers van de rechtbank Haarlem uitdrukkelijk volmacht verleend om hoger beroep in te stellen tegen voormeld vonnis van de politierechter en daarvan een akte te laten opmaken. In die brief  ontbreekt echter de mededeling dat de verdachte op voorhand heeft ingestemd met het door deze medewerker ter griffie van de rechtbank Haarlem voor de verdachte aanstonds in ontvangst nemen van de eventueel alsdan uit te reiken appeldagvaarding. Nu deze brief aldus niet voldoet aan één van de eisen van artikel 450, derde lid, Wetboek van Strafvordering dient te verdachte in het ingestelde hoger beroep in beginsel  niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het hof is echter van oordeel dat, nu niet is gesteld noch is gebleken dat het openbaar ministerie de mogelijkheid van het uitreiken van de dagvaarding in hoger beroep bij gelegenheid van het instellen daarvan heeft willen benutten, deze omissie in het onderhavige geval geen grond voor niet-ontvankelijkheid oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering</para>
      <para>Nu echter de verdachte noch een gemachtigd raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen om aldaar mondeling de bezwaren tegen het vonnis op te geven, en bovendien geen schriftuur houdende grieven is ingediend en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zelf, zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. A.E.M. Röttgering en mr. M.E.A. Wildenburg, in tegenwoordigheid van mr. V.J.G. van der Want, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 februari 2013.</para>
      <para>Mr. Wildenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>