<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2013:5275</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-01T10:06:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000158-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:5275">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:5275</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-01T10:04:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2013:5275 Gerechtshof Amsterdam , 10-12-2013 / 23-000158-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2013:5275:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>medeplegen van zware mishandeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2013:5275:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5da65017-8c86-44c0-997c-9cb42a22464e" depth="45" width="25" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">arrest</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="9e6dd18c-212f-4d55-9d1c-0cfb35a865c4" depth="2" width="563" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer:  23-000158-13</para>
    <para>datum uitspraak: 10 december 2013 TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 7 januari 2013 in de strafzaak onder parketnummer  14-120665-11 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen  naar aanleiding van  het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep   van</para>
      <para>26 november 2013, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvorderin g, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman  naar voren  is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte  is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 29 oktober 2010 te Abbekerk, gemeente Medemblik tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een  persoon genaamd  [slachtoffer 1], opzettelijk  zwaar  lichamelijk letsel (te weten een gebroken jukbeen en/of een gebroken linker oogkas en/of een gebroken neus), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal (met kracht) in/op/tegen het gelaat, althans op/tegen het hoofd te slaan en/of stompen en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen  het  hoofd,  althans  het (boven)lichaam te schoppen/trappen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair:</para>
      <para>hij op of omstreeks 29 oktober 2010 te Abbekerk, gemeente Medemblik met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Zandvoortwijk, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen D.[slachtoffer 1], welk geweld bestond uit:</para>
      <para>het meermalen, althans eenmaal stompen en/of slaan in/op/tegen het gelaat, althans op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>het meermalen, althans eenmaal schoppen en/of trappen op/tegen het hoofd en/of in  de zij en/of op/tegen de be(e)n(en) en/of op/tegen de borst, althans op/tegen het lichaam  van die [slachtoffer 1];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>..</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 23-000158-13	2</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="0ddf43c1-f009-46cd-b986-d1d18c7b3d54" depth="2" width="498" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair:</para>
      <para>hij op of omstreeks 29 oktober 2010 te Abbekerk, gemeente Medemblik opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gelaat heeft gestompt en/of geslagen en/of meermalen, althans eenmaal op/tegen  het hoofd en/of in de zij en/of op/tegen de    be(e)n(en) en/of op/tegen  de borst heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze  letsel  heeft bekomen   en/of pijn heeft  ondervonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan  beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande  dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 29 oktober 2010 te Abbekerk, gemeente Medemblik tezamen en in vereniging  met een ander, aan  een persoon genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken jukbeen en een gebroken  linker oogkas en een gebroken  neus, heeft toegebracht  door deze opzettelijk  meermalen  met kracht tegen  het hoofd te stompen en meermalen  met kracht tegen het hoofd   te schoppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die  in de  bewijsmiddelen zijn  vervat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Nadere bewijsoverweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit samen en in vereniging  met de medeverdachte  [medeverdachte]  heeft gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 1] (blz. 49 dossier) heeft verklaard dat zij buiten haar schoonzoon [naam 1] zag staan (de verdachte [verdachte]) naast [medeverdachte] (de medeverdachte). Zij zag dat zij naast [slachtoffer 1] (het slachtoffer [slachtoffer 1]) stonden die op een gegeven moment op de grond terecht kwam waarop de medeverdachte met kracht tegen het lijf van het slachtoffer schopte. Ook verklaart zij (blz. 50 dossier) dat het toen even stopte, dat [medeverdachte] weer op het slachtoffer afliep, dat de laatste nog een paar schoppen van [medeverdachte] kreeg.</para>
      <para>Getuige [getuige 2] heeft verklaard (blz. 53 dossier) dat hij zag dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]) schopte en sloeg. Hij zag dat [slachtoffer 1] op de grond lag en dat de medeverdachte tegen het lichaam en het hoofd van [slachtoffer 1] schopte. De getuige merkt hierbij op dat hij het slachtoffer niet tegen twee man kon verweren (het hof begrijpt: verdedigen). Ook verklaarde deze getuige dat ze (het hof begrijpt: de verdachte en [medeverdachte]) het slachtoffer helemaal total loss schopten terwijl hij op de grond lag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangever [slachtoffer 1]  (blz. 9 dossier) heeft verklaard dat hij een vuistslag in het gezicht had gekregen van de verdachte waardoor hij op de grond is gevallen, en dat hij vervolgens door beide verdachten  in elkaar is geschopt.</para>
      <para>De verdachte heeft verklaard (blz. 25 dossier) dat het slachtoffer op een gegeven moment in elkaar is gekropen en op de grond is gaan zitten en dat hij het slachtoffer toen nog een paar maal geschopt heeft. De medeverdachte heeft bij de politierechter op 7 januari 2013 verklaard dat hij het slachtoffer heeft geslagen  en geschopt.</para>
      <para>Het hof is gelet op vorenstaande van oordeel dat de beide verdachten aan het mishandelen van [slachtoffer 1] een substantiële  bijdrage hebben geleverd. [slachtoffer 1] heeft daaraan zwaar lichamelijk  letsel  overgehouden. Naar het oordeel van het hof is dan ook op grond van voornoemde feiten en omstandigheden sprake van een gezamenlijke  uitvoering en van een nauwe en bewuste samenwerking   van  beiden, gericht op de zware mishandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid  van het bewezen  verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar  is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het primair bewezen  verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen  van zware mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid  van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen  verklaarde  uitsluit, zodat de verdachte strafbaar  is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straffen en maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van voorarrest conform artikel 27 Wetboek van strafrecht, heeft een broek van de verdachte verbeurd verklaard en de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van€ 10.582,93, waarbij de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld  vonnis is door de verdachte hoger  beroep  ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld  tot dezelfde straffen en maatregel als door de rechter    in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van het  feit en de omstandigheden  waaronder  dit is begaan en gelet op de persoon  van de  verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing    genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan zware mishandeling van [slachtoffer 1]. De verdachte is daarbij met zijn mededader op zeer gewelddadige wijze tekeergegaan en het is</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hoogstwaarschijnlijk aan de tussenkomst en het ingrijpen van getuige [getuige 2] te danken dat het  slachtoffer niet nog ernstiger letsel heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard nog steeds last te hebben van zijn kaak, zijn oog en zijn lip. Op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer is grove inbreuk gemaakt. Daarnaast  heeft de verdachte met zijn mededader door zijn handelen  de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van het omtrent de verdachte door reclasseringswerker [naam 2]. uitgebrachte reclasseringsadvies van  27 juli 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 11 november 2013 is de verdachte eerder ter zake van onder  meer  mishandeling  onherroepelijk  veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft het hof verzocht bij oplegging van straf deze strafte matigen gezien de voorgeschiedenis die aan het ten laste gelegde feit ten grondslag ligt, het tijdsverloop en de vrede die er nu in de straat heerst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat in vergelijkbare gevallen in het algemeen zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf  wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de opstelling van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep zal het hof ten voordele van de verdachte hiervan afwijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM is overschreden. De verdachte is op 30 oktober 2010 in verzekering gesteld. Het vonnis is op 7 januari 2012 gewezen. De hiertussen verlopen tijd bedraagt derhalve ongeveer 14 ½   maand en hiermee is de redelijke termijn als vorenbedoeld overschreden. Het tijdsverloop tussen het instellen van het hoger beroep, 10 januari 2013, en het wijzen van arrest door het hof is 11 maanden geweest en daarmee is de zaak binnen 37 maanden na aanvang afgedaan. De zaak is derhalve nadat de stukken bij het hof zijn ingekomen voortvarend aangepakt. Gelet hierop zal het hof, alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking nemende , volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM is overschreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft de voorgeschiedenis valt uit het dossier afte leiden dat het slachtoffer al geruime tijd voorafgaand aan het delict toenadering tot de vrouw van de verdachte heeft gezocht, hetgeen tot frustratie bij de verdachte heeft geleid. Dat neemt niet weg dat, zoals de verdachte ter zitting bij het hof heeft beaamd, hij de uit de frustratie voortkomende boosheid niet op deze wijze mocht uiten en eigen rechter mocht spelen. Het hof komt ten aanzien van de verdachte tot dezelfde strafoplegging als bij zijn medeverdachte, waarbij is overwogen dat bedoelde voorgeschiedenis opweegt tegen het uitgebreidere strafblad dan dat van zijn medeverdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp. Het behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt€ 10.582,93. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.</para>
      <para>Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van  het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen  en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke  rechter   aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen    wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke  wettelijke  voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften  worden  toegepast zoals geldend  ten tijde van het bewezen   verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt  het vonnis waarvan  beroep en doet opnieuw  recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart  zoals hiervoor overwogen  bewezen dat de verdachte  het primair ten laste gelegde heeft   begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard  en spreekt de verdachte daarvan  vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte  strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf </emphasis>voor de duur van <emphasis role="bold">5 (vijf) maanden.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">3 (drie) maanden, </emphasis>niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren </emphasis>aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verbeurd  </emphasis>het in beslag genomen,  nog niet teruggegeven  voorwerp, te weten: 1 STK broek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van€ <emphasis role="bold">9.082,93 (negenduizend tweeëntachtig euro en drieënnegentig cent) </emphasis>bestaande uit € <emphasis role="bold">1.582,93 (duizend vijfhonderdtweeëntachtig euro en drieënnegentig cent) </emphasis>materiële schade en € <emphasis role="bold">7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schade </emphasis>en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre  haar vordering slechts  bij de burgerlijke rechter  kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke  rente vanaf 29 oktober  2010 tot aan de dag der algehele   voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke  rente vanaf 29 oktober 2010 tot aan de dag der algehele   voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € <emphasis role="bold">9.082,93 (negenduizend tweeëntachtig euro en drieënnegentig cent) </emphasis>bestaande uit € <emphasis role="bold">1.582,93 (duizend vijfhonderdtweeëntachtig euro en drieënnegentig cent) </emphasis>materiële schade en € <emphasis role="bold">7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, </emphasis>bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">80 (tachtig) dagen hechtenis, </emphasis>met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld  bedrag heeft betaald,   verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde  partij of aan  de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. P.C. Römer en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. 0. Boekraad, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 december 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>