<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2013:4963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-13T08:17:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHAMS:2013:4983</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.128.680-01 GDW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:4963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:4963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-24T10:22:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2013:4963 Gerechtshof Amsterdam , 26-11-2013 / 200.128.680-01 GDW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2013:4963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding beroepstermijn (artikel 45 Gerechtsdeurwaarderswet).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2013:4963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing</para>
    <para>___________________________________________________________________ _ _</para>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.128.680/01 GDW</para>
      <para>zaaknummer kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam: 554.2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bij vervroeging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 26 november 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [klager]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats],</para>
      <para>APPELLANT,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">t e g e n</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [gerechtsdeurwaarder]
        </emphasis>,</para>
      <para>gerechtsdeurwaarder te [plaats],</para>
      <para>gemachtigde: <emphasis role="underline">[gemachtigde]</emphasis>,</para>
      <para>GEÏNTIMEERDE.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 14 juni 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 7 mei 2013. Bij die beslissing heeft de kamer de door klager tegen geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, ingediende klacht gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk gegrond verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is een brief binnengekomen, ter griffie ontvangen op 5 juli 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hoger beroep is behandeld ter openbare zitting van 24 oktober 2013. </para>
        <para>Klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De stukken van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit het dossier van de eerste aanleg blijkt dat de beslissing van de kamer van 7 mei 2013  klager bij brief van de kamer van 13 mei 2013 is toegezonden. In die brief is klager<?linebreak?>– overeenkomstig het bepaalde in artikel 45 van de Gerechtsdeurwaarderswet – medegedeeld dat hij binnen dertig dagen “na dagtekening van verzending van deze schriftelijke kennisgeving” tegen de daarbij toegezonden beslissing in hoger beroep kon komen. Eenzelfde mededeling is gesteld onderaan de beslissing van de kamer. Een en ander betekent dat de beroepstermijn een aanvang nam op 14 mei 2013 en eindigde op woensdag 12 juni 2013. <?linebreak?>Nu het onderhavige beroepsschrift van klager eerst op vrijdag 14 juni 2013 bij het hof is ingekomen is dit ingekomen nadat de appeltermijn was verstreken.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtszekerheid brengt met zich mee dat strikt de hand moet worden gehouden aan wettelijke beroepstermijnen. Het risico dat een beroepschrift na ommekomst van de hiervoor genoemde beroepstermijn ter griffie van het hof inkomt – komt behoudens bijzondere omstandigheden – voor  risico van de appellant, in dit geval klager. Het betoog van klager dat hij het beroepschrift tijdig, te weten op zaterdag 8 juni 2013 op de post heeft gedaan, kan niet worden aangemerkt als een zodanige bijzondere omstandigheid en kan hem niet baten. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het beroepschrift daadwerkelijk op die datum heeft verzonden, door bijvoorbeeld een bewijs van verzending over te leggen. Ook is niet gesteld of gebleken dat het beroepschrift op een andere wijze op een eerdere datum dan vrijdag <?linebreak?>14 juni 2013 ter griffie van het hof  is ontvangen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande moet worden geoordeeld dat klager niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart klager niet ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 7 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.M.A. Verscheure en <?linebreak?>A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 26 november 2013 door de rolraadsheer.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>